De Turkse vlag is voor de Koerden niet meer taboe

Diyarbakir – Zeker tienduizend mensen staan op een enorm veld aan de rand van de stad bij een immens podium. Iedereen steekt een V-teken in de lucht, soms met twee handen. Met een strijdlied worden de martelaren herdacht.

‘Sehit namirin!’ scandeert de menigte daarna, ‘de martelaren zijn onsterfelijk’. Op een stelling naast het podium balanceren twee jongens met een vlag met de afbeelding van pkk-leider Öcalan.

De Democratische Volkspartij (hdp) die zondag bij de parlementsverkiezingen licht over de kiesdrempel van tien procent sprong, mag dan een partij voor heel Turkije zijn geworden, hier in de symbolische hoofdstad van de Koerden zijn de roots springlevend: de al ruim dertig jaar durende gewapende strijd voor meer rechten.

De verkiezingsfeesten in Diyarbakir en andere steden in de Koerdische regio’s van Turkije waren ook strijdbaar: tijdens de campagne waren er meer dan 160 geweldsincidenten tegen de partij. Er werden hdp-kantoren in brand gestoken, flyeruitdelers aangevallen, campagnebussen met stenen bekogeld, en er waren bomaanslagen op partijkantoren in de zuidelijke steden Adana en Mersin.

De vrijdag voor de verkiezingen kwam de grootste klap: een dubbele bomaanslag op een massale verkiezingsbijeenkomst in Diyarbakir, met al vier doden tot gevolg en tientallen gewonden. Zou de vlam in de pan slaan? Zouden de Koerden, zoals waarschijnlijk de bedoeling was van de aanslagplegers, uit hun vel springen van woede en de Turkse angst voor agressieve Koerden aanwakkeren? hdp-leider Demirtas riep herhaaldelijk op tot kalmte: ‘Ga naar huis, laat je niet provoceren! Geef je antwoord niet met geweld maar zondag met je stem!’

En dat deden de Koerden. In Diyarbakir haalden ze 79 procent van de stemmen. Landelijk is de hdp zelfs de derde partij geworden: 82 zetels in het parlement, tegenover 80 van de voormalige nummer drie, de ultra-nationalistische mhp. De boodschap: wij zijn hier.

De partij heeft met succes geprobeerd de stem binnen te halen van andere groepen die het moeilijk hebben in het gedroomde ‘nieuwe Turkije’ van president Erdogan: vrouwen, homo’s, alevieten, christenen, arbeiders, alcoholdrinkers en korterokjesdraagsters. Op verkiezingsbijeenkomsten verschenen zelfs – ongekend op bijeenkomsten van de Koerdische beweging – Turkse vlaggen. Ziya Pir, spiksplinternieuw (Turks) parlementslid voor de hdp, zegt in het partijkantoor in Diyarbakir: ‘De Turkse vlag is het symbool geweest van de pijn van de Koerden. Ik wil eraan werken om de vlag een positief symbool te maken voor iedere burger van dit land.’