De twaalf ambachten van frits bolkestein de essayist

De zomerslaap is voorbij, het politieke seizoen is begonnen. De enige die gedurende de lange, landerige zomer nog voor politieke opwinding wist te zorgen, was Frits Bolkestein. Of het nu een tv-optreden bij de VPRO was of een toespraak op een theaterfestival, de VVD-leider stond steeds weer in het nieuws. Met hem opent De Groene daarom het nieuwe politieke jaar.
Ze zijn zeldzaam. Politici die hun gedachten helder en ordelijk op papier weten te zetten, vallen meteen op. En heten dan al snel ‘intellectueel’, alsof dat een kwaliteitsmerk is. Maar iedere politicus is een intellectueel, qualitate qua. Iedereen die beroepshalve aan het publieke debat deelneemt, als journalist, dominee, tv-presentator of politicus, behoort tot de kaste der intellectuelen. Binnen die kaste heb je kwaliteitsverschillen. Bolkestein scoort goed, want Bolkestein weet zijn gedachten helder en ordelijk op papier te zetten.

Meer nog: Bolkestein heeft een wereldbeeld. Je zou hem haast een denker kunnen noemen. Uit de stukken die verzameld zijn in de bundels De engel en het beest (1990) en Het heft in handen (1995) komt een overzichtelijke en complete filosofie naar voren. Hoewel, compleet? Bolkesteins complete wereldbeeld maakt een opvallend incomplete indruk. Het bestrijkt slechts de wereld van het nut, niet de wereld van de geest en de passie. Bolkestein leeft in een halve wereld.
Menselijke motieven en hartstochten komen in Bolkesteins wereldbeeld niet voor. Waarom? Omdat er volgens hem niets zinnigs over te zeggen valt. Of mensen engelen of beesten zijn mag een politicus zelfs niet interesseren. Een politicus stelt volgens Bolkestein alleen belang in het resultaat van menselijk handelen, niet in de oorsprong daarvan. Waarom zou hij ook? Zolang de ‘stelling van Frits’ opgaat, zijn de motieven van mensen van geen enkel belang. Volgens die stelling, ontwikkeld in De engel en het beest, leidt chaos op microniveau tot orde op macroniveau. Anders gezegd, hoe vrijelijker burgers zich aan hun laagste hartstochten overgeven, des te welvarender en stabieler is de samenleving. Vindt Frits.
Nogal wiedes dat iemand die dat vindt, het bestaan van menselijke hartstochten het liefst geheel uit zijn wereldbeeld bant. In de 'wereld van Frits’ bestaan louter orde, recht en welvaart. Het is overigens een alleszins redelijke wereld, die Bolkestein ons voorspiegelt. Want hij is een beschaafd man, die niet graag ziet dat zijn vrije burgers in kartonnen dozen op straat slapen. De chaos op microniveau moet niet al te stuitende vormen aannemen. Dus moet de overheid enkele sociale grondrechten respecteren en voor een paar minimale waarborgen zorgen. Opdat niets in de 'wereld van Frits’ herinnert aan de drab der menselijke hartstochten waaruit die wereld is voortgekomen.
Wat een saaie, dorre, zielloze wereld is die 'wereld van Frits’. Het is een wereld waarin alleen maar gecalculeerd wordt, waarin alleen maar gekeken wordt naar opbrengsten. Een oer-Hollandse wereld van Droogstoppels en Binten. Een wereld waarin geen plaats is voor gepassioneerde denkers. Dat is Bolkestein dan ook niet. Althans, bijna niet. Een heel enkele keer raakt hij gepassioneerd: wanneer hij gepassioneerde denkers de toegang tot de politiek ontzegt. Zodra hij mensen als Joop den Uyl, Noam Chomsky of Edward Said in zijn vizier krijgt, begint er ineens adrenaline door zijn proza te stromen.
'Edward Said bezorgt intellectuelen die zich in de politiek begeven een slechte naam. Maar die hadden zij natuurlijk al.’
Dat schrijft Bolkestein in Het heft in handen. Ook hij gaat uit van de onjuiste tegenstelling tussen politici en intellectuelen. Zoals gezegd, alle politici zijn intellectuelen. Echter, niet alle politici zijn denkers. Edward Said, hoogleraar in de linguistiek, is een denker, qualitate qua. Hij is zelfs een gepassioneerd denker, en hoort daarom niet in de politiek thuis. Vindt Frits. Bolkestein, politiek leider van de VVD, is een politicus, qualitate qua. Hij heeft zich uit dien hoofde een gehalveerd wereldbeeld aangemeten, en hoort daarom niet in het denken thuis. Vind ik.
Anders gezegd: Frits Bolkestein bezorgt politici die zich in de filosofie begeven een slechte naam. Maar die hadden zij natuurlijk al.