De twaalf ambachten van frits bolkestein de gastheer

De zomerslaap is voorbij, het politieke seizoen is begonnen. De enige die gedurende de lange, landerige zomer nog voor politieke opwinding wist te zorgen, was Frits Bolkestein. Of het nu een tv-optreden bij de VPRO was of een toespraak op een theaterfestival, de VVD-leider stond steeds weer in het nieuws. Met hem opent De Groene daarom het nieuwe politieke jaar.
Bootjevarend in het gezelschap van zo'n tweehonderd andere arrives deelde ik een tafeltje met vier leden van de hoofdstedelijke VVD-fractie. Daar was op zichzelf niets tegen, al vond ik het wat vreemd dat het op zo'n ontspannen uitje onmiddellijk weer over de politiek moest gaan, alsof er niet meer dingen tussen hemel en aarde zijn.

Een van mijn tafelgenoten wierp mij een komisch-angstige blik toe en vroeg of ik het besprokene ‘straks allemaal in de krant ging zetten’. Nee natuurlijk, waarom zou ik in godsnaam de lezer lastig vallen met politieke haarkloverijen, door de Amsterdamse liberalen uitgebroed? Rare lui, die politici. Zij wanen zichzelf het middelpunt van het universum, terwijl hun blik in de praktijk niet verder reikt dan het Waterlooplein of het Binnenhof.
Dus heb ik een zwak voor Frits Bolkestein, een politicus die niet aan dit beeld beantwoordt, een politicus die zowel boeken leest als boeken schrijft, terwijl hij tussen de bedrijven door Heiner Muller interviewt en met Noam Chomsky polemiseert. Hoe zou ik, kleine slaaf van poezie en taal, geen zwak kunnen hebben voor een man die dertig vrienden en kennissen trakteert op een rondje Johannes Passion en hun na het slotkoor ook nog behoorlijk te eten en te drinken geeft? Het was een keurig gezelschap, ik kan het u verzekeren, waar nogal wat toekomstige ministers en staatssecretarissen bij zaten, want tussen de gangen door werden er natuurlijk ook zaken gedaan.
Bolkestein belegt - het is in politiek Den Haag geen geheim - met enige regelmaat een etentje bij zich thuis, waarvoor dan weer hoogleraar A en cultuurdrager B, dan weer politicus C en journalist D worden uitgenodigd. Dat is vanuit zijn optiek gezien zowel verstandig als slim - verstandig omdat hij er wijzer van wordt, slim omdat je boven de soep toch anders tegen zo'n man gaat aankijken.
Is het echter vanuit journalistiek opzicht verstandig om met een leidend politicus te verbroederen? Of hoor je er alleen maar over respectievelijk tegen te schrijven?
Nee, het hoort niet, zegt de dogmaticus in mij. Politici en journalisten horen in twee verschillende werelden te opereren. Kom, overdrijf niet zo, zegt de practicus in mij. Die man bijt toch niet? En als hij bijt, dan bijt je maar terug. Bovendien is het een aardige kerel, die af en toe niet onverstandig uit de hoek kan komen. En als hij iets onverstandigs zegt (De Chinezen zijn onderweg, CPN'ers zijn NSB'ers, de Johannes is beter dan de Mattheus) kun je toch altijd zeggen dat hij niet goed bij zijn hoofd is, zonder het risico te lopen dat hij met de soepborden gaat gooien?
Hebben wij trouwens ooit over politiek gesproken, behalve die ene keer, twee jaar geleden, toen tussen het hoofd- en nagerecht die paarse coalitie in elkaar werd gezet?