De twaalf ambachten van frits bolkestein de pakkendrager

De zomerslaap is voorbij, het politieke seizoen is begonnen. De enige die gedurende de lange, landerige zomer nog voor politieke opwinding wist te zorgen, was Frits Bolkestein. Of het nu een tv-optreden bij de VPRO was of een toespraak op een theaterfestival, de VVD-leider stond steeds weer in het nieuws. Met hem opent De Groene daarom het nieuwe politieke jaar.
Bolkestein houdt stevig vast aan zijn image van keurige-pakkendrager. Vroeger, toen hij nog minister van Defensie was, heb ik hem weleens, waarschijnlijk bij hoge uitzondering, tijdens een heel warme zomer op een terras vlakbij zijn huis betrapt met een T-shirt aan. Een overigens buitengewoon decent exemplaar: het was geheel zwart, zonder opdruk. Het enige maar niet onbelangrijke probleem was dat het hem slecht stond. Een T-shirt is voor een man even genadeloos als een legging voor een vrouw. Dit exhibitionisme behoort gelukkig tot het verleden.

Pakken vormen de regel, combinaties zijn in de minderheid. Bolkesteins pakken moeten immers de neutrale basis vormen van zijn performance, zodat de volle nadruk valt op wat hij zegt. Daarbij worstelt Bolkestein echter met een speciaal probleem. Hij afficheert zich beurtelings als een Amsterdamse koopman, Nederlandse politicus, internationale zakenman, en kosmopolitische intellectueel. Dat zijn te veel rollen om in een en hetzelfde uiterlijk te verenigen. Bolkestein kiest dus de outfit die bij de gelegenheid past. De ene keer een donkergrijs pak met gedekte das (internationale zaken-r man), de andere keer lichtgrijs geruit met felrode das (de Hollandse politicus met, om de PvdA te pesten, die das).
Zeer constant is ook de koopman, die met zijn voorkeur voor geruite bruine pakken in het buitenland onmiddellijk als Hollander zou worden herkend. De intellectueel komt zelden boven, maar als hij opduikt dan wordt hij uitgedrukt in een losjes om de hals geknoopte wollen das, waarbij nog net een frivole open boord zichtbaar is (dat open hemd van vorige zomer tijdens de formatie was een schokkende uitzondering). Bolkestein ziet er dan echter eerder uit als een gymnasiast uit de jaren vijftig dan als een intellectueel uit de jaren negentig. Die zou immers kleding van ‘intelligente’, dus Japanse ontwerpers dragen. Misschien is dat eerder iets voor Timmer, die in Indonesie liet blijken veel van Japanse mode af te weten. Bolkestein zul je daar echter niet op betrappen. Die is klant bij Oger Lusink, waar hij zijn multi-interpretabele pakken koopt die zijn buik en schouders in proportie houden. In zijn voordeel spreekt dat hij daarbij nooit valt voor de Veronica-hemden (strepen met witte boord en boordspeld) waar zijn populistische partijgenoten Wiegel en Van Linschoten zich nog wel eens aan bezondigen. Bolkestein kleedt zich nooit opzichtig. Achter zijn kostumering kunnen zich vele gedaanten verschuilen. Daarom zijn die kameleontische pakken zo gevaarlijk.