De twaalf ambachten van frits bolkestein/de pc-redacteur

De zomerslaap is voorbij, het politieke seizoen is begonnen. De enige die gedurende de lange, landerige zomer nog voor politieke opwinding wist te zorgen, was Frits Bolkestein. Of het nu een tv-optreden bij de VPRO was of een toespraak op een theaterfestival, de VVD-leider stond steeds weer in het nieuws. Met hem opent De Groene daarom het nieuwe politieke jaar.
Hugo Brandt Corstius vond het zo'n leuke grap dat hij, na de complimenten gegeven te hebben, meteen vroeg of Frits redacteur van Propria Cures wilde worden. Althans volgens Theo Sontrop.

Wat was er op die gedenkwaardige avond in 1957 voor grappigs gebeurd, daar in de dependence Le Canard van Galerie d'Eendt in de Spuistraat?
Op de betreffende avond waren er veel redactieleden van Propria Cures aanwezig, maar ook andere studenten. Simon Vinkenoog hield een lezing over de Vijftigers. De studentenwereld en de Vijftigers lagen elkaar niet zo goed. De Vijftigers bestonden voor het grootste gedeelte uit linkse jongeren zonder opleiding.
De 24-jarige student Frits Bolkestein (hij studeerde eerst wis- en natuurkunde, deed daarin kandidaatsexamen en zwaaide vervolgens over naar letteren en wijsbegeerte, met als bijvakken wiskunde en Grieks) was er dus ook. Vinkenoog gaf na zijn lezing de aanwezigen het woord. Frits Bolkestein: ‘Ik maakte een onderhandse opmerking tegen iemand en zei dat ik het slechte gedichten vond, want als je de helft ervan wegliet merkte je het verschil niet. Na heel veel gedoe heb ik het woord gevraagd en las ik een gedicht voor, maar van iedere regel de helft. Toen ik klaar was, zei Simon Vinkenoog: “Dat is een uitstekend gedicht want er komt geen enkele stoplap in voor.” Vinkenoog heeft daarmee zijn eigen graf gegraven, want ik had immers een gehalveerd gedicht voorgelezen, wat Vinkenoog natuurlijk niet wist! De zaal barstte in lachen uit.’
Volgens Bolkestein heeft toen niet Hugo maar Renate Rubinstein hem gevraagd om lid te worden van de redactie van PC.
Overigens: Aad Nuis, Theo Sontrop, Hugo Brandt Corstius, Piet Nijhoff en Nico Scheepmaker geven allen een ander verslag van de avond. De jonge onderzoeker Niels Kobet schrijft in zijn studie Frits Bolkestein: De Propria Cures-artikelen 1957-1957 (1988): 'Over een ding zijn Theo Sontrop, Hugo Brandt Corstius, Frits Bolkestein en Aad Nuis het in ieder geval roerend met elkaar eens: de bijeenkomst vond plaats op een avond.’
Op 2 maart 1957 maakte Frits Bolkestein zijn entree als redacteur van Propria Cures. Hij schreef, alles bij elkaar, zes stukken. Dat is niet veel. Na drie maanden werd hij dan ook uit de redactie gegooid. De Uitlui - vermoedelijk geschreven door Aad Nuis of Joop Goudsblom - is kostelijk om te lezen. Ze spreken over een 'geaffaireerd jongmens vol hoge besognes’. Frits rookte in die tijd pijp, 'kernachtig in de mondhoek geklemd. De kordate wijze waarop hij die pijp vulde, aanstak en uitklopte, gaf treffend aan, hoe hij met de wereld omging: als een doorzetter, die zijn dagen met daden vult.’
De redactie van PC was in die tijd nog betrekkelijk chic en men verzweeg wat de werkelijke reden was waarom hij uit de redactie werd gegooid: hij was een te slecht redacteur. Hij schreef te slecht en te weinig.
Voelde Bolkestein zich vernederd?
Nee. Hij deelde de eer uit de redactie gegooid te zijn met Slauerhoff. Verder voelde hij zich in het PC-milieu niet thuis. Wel stak het hem dat Hugo Brandt Corstius een 'rare rol’ heeft gespeeld toen hij uit de redactie werd gegooid.
Welke rare rol speelde Hugo?
Theo Sontrop geeft de volgende lezing: 'Hugo bezocht mij op mijn morsige huurkamer en vroeg: “Zeg, die Bolkestein, vind jij eigenlijk ook niet dat wij daar onze bekomst van hebben?”
“Ja”, zei ik, “dat vind ik eigenlijk ook wel.”
“Vind jij dan ook dat zijn Uitlui eigenlijk maar geschreven moet worden?”
“Ja god, als jullie niks anders te doen hebben, ik vind het best.”
“Dus jij ondersteunt dat wel?”
“Ja.”
Ik heb deze toedracht later nog eens aan Frits verteld, en Frits bleek ook te weten dat het zo gegaan was. Toen is er hier iets heel komisch gebeurd. Brandt Corstius, die dit allemaal had aangezwengeld, is na de Uitlui naar Bolkestein gestapt en heeft gezegd: “Frits, wat de jongens je hebben aangedaan is niet netjes, maar ik zou het prettig vinden als je wist dat ik er niets mee te maken heb.” Ik neem aan dat Brandt Corstius deze versie tot zijn dood zal tegenspreken.’
Inderdaad, Hugo heeft dit altijd tegengesproken.
Terwijl Wouter een fles wijn ontkurkt, vertelt hij over Alberts die de P.C. Hooftprijs krijgt, maar hem ook verdient, over Frida Vogels ('Over tien jaar zal ze heel misschien een foto afstaan aan het Letterkundig Museum’) en over Reve.