De twaalf ambachten van frits bolkestein de shell-man

De zomerslaap is voorbij, het politieke seizoen is begonnen. De enige die gedurende de lange, landerige zomer nog voor politieke opwinding wist te zorgen, was Frits Bolkestein. Of het nu een tv-optreden bij de VPRO was of een toespraak op een theaterfestival, de VVD-leider stond steeds weer in het nieuws. Met hem opent De Groene daarom het nieuwe politieke jaar.
Sinds haar oprichting in 1890 heeft de Koninklijke Nederlandse Petroleum Maatschappij, beter bekend als De Koninklijke/Shell, tal van grote namen geleverd aan het politieke strijdtoneel. De Amsterdammer Henri Deterding, directeur-generaal van 1902 tot 1936, bezorgde De Koninklijke, samen met bondgenoot Standard Oil, een exclusieve concessie voor de exploitatie van de olievelden in het Rusland van de tsaar. Nadat die concessie in de communistische prullenbak verdween, zette Sir Henri al zijn kaarten op Adolf Hitler en ontpopte hij zich tot zijn dood in 1939 in St. Moritz als ijverige fundraiser voor de NSDAP.

Nog bekender is natuurlijk Hendrikus Colijn, de stugge Knil-officier die in 1914 toetrad tot de gelederen van de oliemaatschappij, miljonair werd en vervolgens vijf keer premier. Daags voor de Duitse inval sprak hij zijn legendarische ‘Gaat u maar rustig slapen’ en vlak erna schreef hij Op de grens van twee werelden, waarin iedereen werd aanbevolen zich te schikken in de Duitse overheersing. Ook van Shell kwam minister van Oorlog en gouverneur-generaal van Nederlands-Indie jonkheer Bonifacius Cornelis de Jonge, vooral bekend van zijn krachtige aanpak van de muiterij op de Zeven Provincien en zijn liefde voor NSB- leider Mussert.
Vergeleken met zulke illustere voorgangers is Frits Bolkestein een verademing. Weliswaar borduurt hij voort op de aloude Shell-lijn - samen te vatten in 'beter bruin dan rood’ -, maar hij doet dat altijd smaakvol, elegant, en het liefst per essay. In 1960 trad hij toe tot de Koninklijke. De aard van zijn activiteiten is nog altijd in nevelen gehuld. De eerste vier jaar zwoegde hij in het Ethiopie van negus Haile Selassi en in andere Oostafrikaanse landen. Van 1965 tot 1968 werd het Honduras en El Salvador, daarna Londen en, vanaf de coup in 1970, Indonesie. In 1973 promoveerde hij naar de Parijse directie van Shell Chemie, alwaar hij betrokken was bij een affaire met kankerverwekkende stoffen in flessen. In 1976 stapte hij over naar de Tweede Kamer.
In het begin van zijn nieuwe carriere deed hij het voorkomen dat de stap van Shell naar de politiek geheel op eigen kracht was gemaakt. Wie in Bolkestein een politieke afgezant van Shell zag, kreeg van hem onmiddellijk een lijst met de telefoonnummers van de Raad van Bestuur in handen gedrukt. Toen zijn positie eenmaal was geconsolideerd, bleek echter toch dat Shell de geharnaste anti-uyliaan royaal had geholpen met een financiele overbrugging. Ook had Bolkestein nog bij Shell media- training gekregen voor zijn toekomstige taak. Eenmaal in de politiek bleef hij zijn moederbedrijf trouw dienen. Zo toonde hij zich een vurig tegenstander van de economische boycot van Zuid-Afrika, die Shell op dat moment keer op keer omzeilde.
Eind 1993 presenteerde Shell voor het eerst openlijk de visie van het bedrijf op het wereldpolitieke toneel. In de 'global scenarios 1992-1995’ wordt niet minder dan een 'liberaliseringsrevolutie’ op mondiale schaal gesignaleerd, qua impact alleen te vergelijken met de Franse Revolutie. Wat de rijke landen betreft mondt die eerst uit in 'een verslechtering van de publieke diensten en sociale instabiliteit’. Daarna is het gokken, aldus Shell: of er groeit wereldwijd een harmonieuze toestand van interdependentie, of er volgt een chaotische toestand van nieuw nationalisme, blokkades en een nog grotere kloof tussen arm en rijk. In beide gevallen is de olieprijs tot achter de komma uitgerekend, want daar gaat het natuurlijk om. Nu maar afwachten hoe Frits Bolkestein het er als liberale opperrevolutionair van de afdeling Nederland van af brengt.