De twaalf ambachten van frits bolkestein de toneelschrijver

De zomerslaap is voorbij, het politieke seizoen is begonnen. De enige die gedurende de lange, landerige zomer nog voor politieke opwinding wist te zorgen, was Frits Bolkestein. Of het nu een tv-optreden bij de VPRO was of een toespraak op een theaterfestival, de VVD-leider stond steeds weer in het nieuws. Met hem opent De Groene daarom het nieuwe politieke jaar.
De liberaal Bolkestein verordonneerde zaterdag, bij de opening van het Theaterfestival in Amsterdam, dat de staatssecretaris voor cultuur opdracht geeft twaalf klassieke Nederlandse toneelstukken op te voeren, die anders niet te zien zouden zijn. Want er moet meer evenwicht komen tussen vernieuwing en traditie, en onbekende, klassieke Nederlandse stukken zijn er volgens Bolkestein genoeg te vinden ‘tussen “Jozef in Dothan” en “Eva Bonheur”.’

Natuurlijk denkt Bolkestein daarbij niet aan een Engelstalige Nederlandse klassieker uit 1976, Floris, Count of Holland: A Play in Five Acts van Niels Kobet, volgens het voorwoord de schuilnaam van een Nederlander die door jarenlang verblijf in Angelsaksische omgeving tweetalig is geworden, die schoolgegaan is bij de klassieken en lange tijd in de industrie heeft gewerkt. Uitgever Johan Polak verzekert ons in zijn voorwoord dat de schrijver het stellige voornemen koestert ‘deze, zijn eerste dramatische proeve, door andere te laten volgen die op een zelfde wijze oud en nieuw met elkaar zullen verbinden door het beste van beide vast te houden’.
Het stuk is in blanke, zij het moeizame verzen geschreven en bestaat uit een schat aan geschiedenislessen en bodeverhalen, zonder gestoord te worden door al te veel werkelijke handeling. Het hinkt van scene naar scene door de tijd heen, tussen 1283, als Floris zich op het toppunt van zijn roem bevindt, en 1296, als hij wordt vermoord, in deze versie niet 'door d'ed'len’, maar door de jaloerse hand van Gerard van Velzen, omdat Floris wat moois heeft met diens vrouw Maud.
Het is geen aardig beeld van de wereld dat uit Floris oprijst. Floris is een ambitieuze, blinde machtspoliticus, die walgelijke intriges smeedt zodat zijn eigen leenmannen door zijn vijand, de bisschop van Utrecht, om zeep worden geholpen en die bereid is zijn eigen zoon en dochter af te staan om de wolexport van Engeland in de wacht te slepen. Hij wisselt zijn bondgenootschap met Engeland razendsnel in voor dat met Frankrijk als hem dat beter uitkomt, en vergeet dan dat zijn zoontje en opvolger in handen van de Engelse koning is.
Maar zijn tegenspelers zijn al geen haar beter. Amstel is een woeste barbaar die kwaad is omdat hij zijn gebieden kwijtraakt, en Velzen is een lafferik die Floris maar zijn gang laat gaan, in de politiek en in Velzens bed, tot hij eindelijk kans ziet om bloedig wraak te nemen. Beatrix, Floris’ vrouw, is slechts een doorlopende baarmachine met kwade voorgevoelens die zij in vreselijke verzen verwoordt. Maud, de vrouw van Velzen, is louter een vrolijk speeltje voor de heren. Alle andere hertogen, graven, koningen en bisschoppen zijn boze machtspolitici die allianties smeden en verbreken naar believen.
Er zit misschien een heel diepe, liberale filosofie achter. Al die ellendige macchiavellisten die allemaal hun eigenbelang nastreven creeren met elkaar uiteindelijk toch het begin van het Nederland dat wij kennen. Maar dat ontgaat de onfortuinlijke gravin Beatrix, die de eerste drie bedrijven mag afsluiten met een soort van rijzang. Zij begrijpt echt niets van de vooruitgang en heeft ook niet door wat de verdere carriere van Niels Kobet nog zal brengen:
The evil things That power brings When people are for sale - The trumpet rings The death of Kings And all to no avail.