Norman Mailer 31 januari 1923

De twee Mailers

Er waren twee Norman Mailers. Of liever nog: er zijn twee Norman Mailers. Gezien het vrome en toch terechte cliché dat grote schrijvers voortleven in hun werk mag je stellen dat het gebruik van de tegenwoordige tijd gerechtvaardigd is.

De eerste Mailer is in overlijdensberichten uitgebreid bezongen. Het woord ‘robuust’ werd nogal eens gebruikt om zijn werk te beschrijven. Steeds weer kwam hij aanzetten met gezwollen proza over macho-onderwerpen: boksers, stierenvechters, belegerde soldaten, moordenaars – de geest van Hemingway was nooit ver weg. Dit is de Mailer van de ‘big books’: over een groep jonge, bange soldaten in The Naked and the Dead, over een man die in een moment van verstandsverbijstering zijn vrouw vermoordt, hier een bijna seksueel genoegen uit put en er nog mee wegkomt ook in An American Dream, over een jonge Adolf Hitler die gemanipuleerd wordt door een demon in The Castle in the Forest, over Jezus Christus die hardop aan zijn goddelijkheid twijfelt in The Gospel According to the Son. Tot dit proza kunnen ook zijn monografieën over Marilyn Monroe, Lee Harvey Oswald en Pablo Picasso worden gerekend. Als adept van de non-fiction novel behandelt hij hen niet anders dan zijn romanpersonages.

Dit is ook de meest discutabele Mailer. Op zijn debuut The Naked and the Dead (1948) na werd niet één boek van hem overwegend positief of negatief ontvangen. Critici en publiek waren altijd verdeeld, iets wat hij graag cultiveerde. Hij zocht de confrontatie, liet zijn personages de meest pijnlijke meningen ventileren – telkens antifeministisch, antihomoseksueel, antiblank, antirepublikeins, antipacifistisch – om deze vervolgens zelf in het openbaar stellig en vaak ronduit arrogant te verdedigen. Geen heilig huisje bleef ongeschonden, geen minderheid ging vrijuit.

Om de tweede Mailer te vinden, moet je tussen de regels lezen. En je moet weten waar te zoeken. In 1998 werd The Time of Our Time gepubliceerd, een bijna dertienhonderd pagina’s tellende bloemlezing uit zijn oeuvre. Behalve fragmenten van romans vind je er tientallen tijdschriftartikelen die hij indertijd schreef voor bladen als Esquire en Harper’s. Daarin ligt de sleutel tot Mailers ego. In zijn reportages hanteert hij wat je met recht een unieke stijl kunt noemen: hij schrijft zichzelf in de verhalen in de derde persoon enkelvoud. Het is een eenvoudig trucje van een romancier, maar o zo functioneel. Behalve dat het elke schijn van journalistieke objectiviteit opheft, maakt het de lezer precies duidelijk door welke bril de schrijver naar de gebeurtenissen kijkt.

De discrepantie tussen de twee Mailers is onmiskenbaar. Wanneer hij op deze manier over zichzelf schrijft, ontbreekt ineens het onwrikbare superego van de Great American Novelist, zoals hij zichzelf graag presenteerde. In zijn reportages over Muhammad Ali in de Kongo (in 1975 gebundeld in The Fight) heeft Mailer onbeperkt toegang tot de bokser. Ali ziet Mailer als de ‘champ’ van het schrijven, zoals hij zelf de champ van het boksen is. Ondanks dit compliment is Mailer continu onzeker; tegenover de viriliteit van Ali vervalt zijn stoere façade en toont hij zich fragiel en oud. In The Armies of the Night (1968) loopt hij voorop in een massale anti-Vietnamdemonstratie en schreeuwt hij het hardst; niet omdat hij de jonge demonstranten steunt, maar omdat hij dan, in 1967, bang is als schrijver op papier uitgeschreeuwd te zijn.

Dit wankele zelfbeeld is het meest evident in het interview met Madonna dat hij in 1994 voor Esquire maakte. De zangeres was op het hoogtepunt van haar roem, had net haar aanstootgevende fotoboek Sex gepubliceerd en haalde met haar privé-leven dagelijks de boulevardpers. Ook hier maakt Mailer een ongemakkelijke indruk: naast de meest begeerde vrouw van Amerika blijft er niets over van zijn imago als haantje. In het gesprek blijkt de popster zeker niet onder te doen voor de intellectueel Mailer. Ze brengt hem van zijn principiële afkeer van condooms af (een typische Mailer-aversie: ‘What condoms are saying is, “Never die for love or anything remotely resembling it”’) en hamert op het belang van vrouwenemancipatie. Als hij uiteindelijk een debat van haar wint, wil hij het weten ook: ‘Mailer had been married six times, and this was the first occasion on which he had won an argument with an intelligent lady. It was enough to contemplate becoming a Madonna fan.’

Uit deze artikelen komt het merkwaardige beeld naar voren van een gefrustreerde schrijver die over allerlei facetten van zijn karakter onzeker is. Waarom deze schizofrenie? Waarom is de publieke Mailer zo anders dan de papieren Mailer? Het is niet verwonderlijk dat bij iemand die zijn leven lang schrijver was – Mailer debuteerde op 25-jarige leeftijd – het antwoord te vinden is in zijn werk. In 1954 schreef hij Homage to El Loco, een lofzang op de provinciale stierenvechter ‘El Loco’, die ofwel de beste ofwel de slechtste van zijn generatie was: ‘Als El Loco slecht was, was hij niet middelmatig of saai, hij was eenvoudig de slechtste, onhandigste en belachelijkste stierenvechter die je ooit gezien had.’ Maar wanneer hij goed was ‘tartte hij het begrip van de meest ervaren critici van het stierengevecht’. Die dualiteit bewondert Mailer. Het maakt El Loco oprecht: ‘Hij had absoluut niet het vermogen waarover de meeste stierenvechters, evenals de meeste kunstenaars, beschikken, om hun kunst te vervalsen, to be tasty yet phony.’

Dit is een sleutelzin in zijn oeuvre. Een kunstenaar mag nooit onecht zijn. Zijn werk mag nimmer een compromis zijn, nimmer ‘tasty yet phony’. El Loco draaide nooit op de automatische piloot. Hij wilde de allerbeste zijn, of anders niets. De parallel met Mailers werk is duidelijk. Dit verklaart de buitensporigheid in zijn werk, de extreme onderwerpen, de absurde principes, het ronkende proza. Het verklaart Mailers aanval op Madonna als ze zegt dat haar fotoboek niet zo slecht kan zijn geweest, gezien de verkoopcijfers; voor de kunstenaar moet de inzet het enige zijn dat telt, niet het resultaat. Fuck verkoopcijfers! Fuck goeie recensies! Wat telt is dat jij, Kunstenaar, Artiest, Schrijver, met iets komt dat nog nooit gedaan of gezegd is. Kunst betekent risico nemen, met glorie of hoonlach als enige acceptabele uitkomst.

El Loco dicht het gat tussen de twee Mailers. Natuurlijk was Norman een man van vlees en bloed met een fragiel ego, hunkerend naar goedkeuring en zelfbevestiging – dit is de Mailer die we terugzien in zijn reportages. Maar wanneer de publieke Mailer, de Schrijver met een hoofdletter S, aan het woord was, mochten deze menselijke tekortkomingen niet aan bod komen. Een schrijver die op goedkeuring hoopt door een keurig bezonnen, netjes gestileerd romannetje voor een grote doelgroep af te leveren, is geen knip voor de neus waard. Mailer mikte op het uiterste: die ene grote roman, over dat ene grote onderwerp – oorlog, seks, dood – die het profane overstijgt en een bijna goddelijk inzicht in de menselijke psyche geeft. Met minder nam hij geen genoegen.

Het resultaat was dat bijna elke publicatie een golf van protest opriep. Conform de richtlijn van El Loco weigerde Mailer zijn kunst te relativeren of een politiek correct compromis te sluiten. En als de lezer daar problemen mee heeft, laat hem dan maar komen – Mailer zette de hakken in het zand en hakte in op iedereen die hem tegensprak. Met zijn overlijden verdwijnt dit sentiment uit de Amerikaanse letteren. Wat resteert is een op Oprah-boekenclubjes draaiende markt, die van debutanten verwacht dat ze esthetische romans afleveren, spul waaraan niemand zijn vingers kan branden. De literaire straatvechter, altijd op zoek naar de confrontatie, is een uitstervend ras. B 10 november 2007