Media

De twee Spanjes

In de krant van de Zuidoost-Spaanse stad Almeria, Diario de Almería, verscheen ruim een maand geleden een opmerkelijk artikel van de hand van de nieuwe directeur van het plaatselijke onderzoeksinstituut. Het droeg een titel die in een krant uit Noordwest-Europa ondenkbaar zou zijn: Orden nuevo, Nieuwe orde.

Het is niet zo dat de helderheid van de kop weerspiegeld werd in de tekst. Juist niet. Het artikel bestond uit vage woorden, onduidelijke suggesties, ongrijpbare verlangens en sprak van nieuwe waarden, gezin, organisch, lichaam, ziel en de noodzaak van een ‘recuperación de las auténticas y verdaderas estructuras de la sociedad’, 'een herstel van de authentieke en ware structuren van de samenleving’. Niet verwonderlijk hierom dat het lokaal een bommetje betekende en bron was voor een zoveelste ruzie tussen de socialisten en de conservatieven oftewel tussen de leden van de tot op heden regerende PSOE en die van de winnaar van de laatste verkiezingen, de Partido Popular. Deze partij had het in de afgelopen jaren op lokaal niveau al in verreweg de meeste Spaanse steden en gemeenten voor het zeggen gekregen en overal haar aanhangers neergezet. Een daarvan was de schrijver van genoemd artikel. Iets dergelijks is de afgelopen jaren in zo goed als heel Spanje gebeurd en heeft welhaast onwerkbare verhoudingen tussen de nationale regering en de lokale overheden gecreëerd. De overwinning van de PP in de afgelopen verkiezingen is alleen al daarom onvermijdelijk en zelfs gewenst. Het land wordt hierdoor wellicht weer bestuurbaar. Toch is het de vraag of Europa en Spanje er verder blij mee moeten zijn. Want met de nieuwe bestuurbaarheid zal ook een nieuwe wind opsteken - al is het nog volstrekt onduidelijk welke. Zal hij zijn als in dat artikel over een nieuwe orde?
Zoals in zoveel landen, Nederland als een van de uitzonderingen, wordt de politiek van Spanje vanouds bepaald door een tweedeling. Las dos Españas, de twee Spanjes. Het ene is het Spanje dat zich beroept op relatief onveranderlijke waarden en pleit voor 'het land van altijd’. Dit Spanje blijft het liefst zo veel mogelijk achter de Pyreneeën en meent dan ook dat de eigen cultuur zich fundamenteel onderscheidt van die van Europa. Het is religieus, tegen abortus en andere moderniteiten, vóór stierenvechten. Het andere Spanje is extraverter, voelt zich veeleer verbonden met Europese waarden als humanisme en Verlichting, zoekt de overkant van de Pyreneeën, gelooft in verandering en is, kortom, meer gericht op de toekomst dan op het verleden. Als je Spanjaarden met deze aloude theorie confronteert, beginnen ze steevast te lachen en stellen dat het veel gecompliceerder is. Daarin hebben ze gelijk.
Met die tweedeling is natuurlijk lang niet alles gezegd: er is de kracht van de regio’s, de economische potentie van Catalonië en Baskenland, het administratieve overwicht van Madrid, een generatiekloof en nog een lijst maar toch, van een afstand en met wat meer abstractie bekeken valt voor zo'n tweedeling heel wat te zeggen, zeker als er weer artikelen verschijnen als dat in de krant van Almería. De nationale media, El Mundo en El País voorop, zijn met de verkondiging van dergelijke clichés om voor de hand liggende redenen voorzichtiger. En toch zou je ook deze kranten, met tal van kanttekeningen, gemakkelijk onder genoemde tweedeling kunnen rangschikken. El País is onmiskenbaar de krant van de moderniteit, de krant van de socialisten, de krant die furore maakte vanaf het moment dat Spanje aansluiting zocht bij Europa, afstand nam van het verleden, de krant ook met veel buitenlands nieuws en pleidooien voor moderne waarden als abortus, homohuwelijk en echtscheiding. Opgericht kort na de dood van Franco (1976) beleefde hij zijn grootste triomfen in de jaren dat Felipe González het voor het zeggen had en Spanje zich halsoverkop in de nieuwe wereld stortte.
El Mundo kwam dertien jaar later en werd groot in de reactie tegen Felipe en zijn vrienden die, vol van optimisme en nog voller van zichzelf, aan alle kanten fouten maakten, corrupt bleken en als blinde paarden naar voren renden. Deze krant beleefde zijn grootste tijd in de jaren van José María Aznar, 1996-2004, jaren dat de overheid de bolderkar enigszins probeerde te remmen. Het lukte nauwelijks. De helling was te steil, de snelheid van de vooruitgang te groot en toen de socialisten het na de aanslag op 11 maart 2004 opnieuw voor het zeggen kregen, ging de rem er dan ook opnieuw af en snelde de kar nog sneller dan voorheen. The sky was the limit, het kon niet op.
Het kon wel op. Erger nog: het is op, in Spanje vermoedelijk nog meer dan in landen waar de modernisering zich in rustiger tempo heeft voltrokken - Italië bijvoorbeeld. De vraag is dan ook: wat nu? Is het denkbaar dat de even vage als gevaarlijke richting zoals aangegeven in een obscuur artikel in een lokale krant leidend wordt? Welhaast elke Spanjaard zal het ontkennen. Ik ben er niet zo zeker van.