De tweede hongerstaker van de Turkse band Grup Yorum is overleden

Sinds de Turkse band Grup Yorum in verband wordt gebracht met terrorisme, zijn hun concerten verboden en worden ze vervolgd. Uit protest gingen twee bandleden in hongerstaking. Beiden zijn nu overleden.

Istanbul – Een dag nadat Ibrahim Gökçek (40), basgitarist van de linkse Turkse band Grup Yorum, zijn hongerstaking na 323 dagen opgaf, blies hij in het ziekenhuis zijn laatste adem uit. Het was op een dag na een maand nadat Grup Yorum-zangeres Helin Bölek (28) na 288 dagen hongerstaking overleed. Concerten van de groep blijven strikt verboden.

Volgens regeringskranten is het land twee ‘terroristen’ armer. Dat etiket kregen de bandleden opgeplakt omdat Grup Yorum (yorum betekent ‘betekenis’, ‘commentaar’), opgericht halverwege de jaren tachtig en sindsdien beroemd en berucht in steeds wisselende bezetting, in verband wordt gebracht met de DHKP-C. Die extreemlinkse organisatie zag in de jaren negentig het levenslicht en staat wegens vele aanslagen op militaire en burgerdoelen op de lijst van terroristische organisaties. Dat Grup Yorum er echt banden mee onderhoudt, is nooit bewezen. Voor de Turkse staat maakt dat niet uit, die heeft de terrorismewetgeving veelvuldig ingezet om het cultureel centrum in Istanbul waar de band haar thuisbasis heeft, binnen te vallen en de bandleden op te pakken en juridisch te vervolgen. Bölek en Gökçek werden bijvoorbeeld vervolgd voor ‘lidmaatschap van een terroristische organisatie’. Sinds 2016 zijn ook alle concerten van Grup Yorum, die stijf staan van de antikapitalistische en anti-imperialistische strijdliederen op vaak bombastische maar dansbare melodieën, zo hoorde schrijver dezes tijdens een Grup Yorum-concert in het Koerdische stadje Ergani in 2013, verboden.

Dat is precies waar de hongerstaking van Bölek en Ibrahim Gökçek om ging. Ze eisten een eind aan de invallen van de politie, het opschorten van alle juridische procedures tegen de bandleden, vrijlating van de twee nog gevangen bandleden (waaronder de echtgenote van Gökçek) en een einde aan het concertverbod. Bölek en Gökçek zaten zelf vast toen ze hun hongerstaking begonnen. In november werd Bölek vrijgelaten, Gökçek volgde eind februari. In maart volgde een politieinval in het huis waar ze beiden – onder andere door Böleks moeder – werden verzorgd. Ze werden naar een ziekenhuis vervoerd, waar ze weer werden ontslagen omdat ze iedere behandeling weigerden.

In een interview met online nieuwsportal Gazete Duvar afgelopen december sprak Bölek over de omstandigheden in de gevangenis, die er volgens haar op waren gericht haar ‘revolutionaire identiteit’ uit te hollen. Een hongerstaking, zei ze, is ‘niet het eerste redmiddel’. ‘Er is ons vaak gevraagd of er geen andere manier was en mensen zeiden dat ze ons levend nodig hadden, niet dood. Dan leg ik het proces uit van de afgelopen vijf jaar, waarin we van alles hebben geprobeerd om de verboden te overwinnen. We zijn in beroep gegaan tegen het verbod op concerten, we hebben sit-ins gehouden, we creëerden alternatieven door toch te proberen concerten te geven. Is er in de geschiedenis ooit een band zo behandeld als de onze?”

Gökçek riep vorige maand nog op tot steun voor Grup Yorum: ‘Ik hou van het leven. Ik ben niet in hongerstaking om te sterven. Alles wat ik wil is liederen zingen. Laat onze eisen zo snel mogelijk ingewilligd worden. Ik wil dat iedereen de strijd zoveel steunt als mogelijk.’

De begrafenis van Gökçek in Istanbul was, net als die van Bölek vorige maand, klein. De politie hield honderden rouwenden op afstand. Of de autoriteiten een groter laatste eerbetoon hadden toegestaan als er geen coronacrisis was geweest, valt niet te zeggen.