‘Meer uitstoot is niet acceptabel’

De Tweede Kamer discussieert over CO2-emissies van de Nederlandse industrie

Donderdag debatteerde de Tweede Kamer over de CO2-uitstoot in Nederland. Aanleiding voor het debat waren nieuwe cijfers van het Centraal Bureau voor de Statistiek (CBS) die de conclusies van het onderzoek ‘De grootste opwarmers van Nederland’ van De Groene Amsterdammer bevestigen.

‘Nederland is geen vervuilersparadijs.’ Demissionair minister Henk Kamp van Economische Zaken reageert lachend op de woordkeuze van Kamerlid Sandra Beckerman (SP) tijdens het CO2-debat in de Tweede Kamer. ‘Ik vind het grappig, want Nederland heeft een ambitieus klimaatbeleid.’ Beckerman haalt de cijfers van het CBS, een studie van CE Delft en het onderzoek van De Groene Amsterdammer aan om het tegendeel te bewijzen, maar krijgt geen gehoor van de demissionaire minister.

Uit het onderzoek van De Groene Amsterdammer blijkt dat de industrie, gezamenlijk verantwoordelijk voor een kwart van de CO2-uitstoot, evenveel uitstoot als tien jaar geleden. De komende jaren verwacht de sector zelfs een stijging van de uitstoot door een toenemende vraag naar diesel en plastics. Terwijl het klimaatverdrag van Parijs een vermindering van de uitstoot eist. De industrie onderschrijft het verdrag, maar handelt er niet naar.

‘De nieuwe afspraken met de industrie zijn keihard’, antwoordt Kamp desondanks op de vraag van Attje Kuiken (PvdA) naar zijn reactie op het onderzoek van De Groene. Onlangs maakte de demissionaire minister van Economische Zaken een nieuwe afspraak met de energie-intensieve industrie om negen petajoule extra energie te besparen in 2020. Toch verwacht de industrie een stijging van de uitstoot. Kuiken laat in een reactie aan De Groene weten: ‘Het is niet houdbaar en niet acceptabel dat industriële bedrijven het klimaatverdrag van Parijs omarmen en tegelijkertijd juist meer CO2 uitstoten.’

Twee vragen aan het kabinet vielen op. Femke Merel Arissen (PvdD) vroeg aan demissionair staatssecretaris van Infrastructuur en Milieu Sharon Dijksma hoe te voorkomen is dat bedrijven kunnen gaan frauderen bij een hogere koolstofprijs. Ze noemde de uitspraken van Harm van de Wetering van de Nederlandse emissieautoriteit in De Groene: ‘Bij een lage koolstofprijs is de reputatie van bedrijven belangrijker dan een paar tientjes winst, maar bij een hogere prijs kan de prikkel ontstaan om creatief te boekhouden om aan de doelstellingen te voldoen.’ In elk systeem proberen fraudeurs er onderuit te komen, reageerde Dijksma. En alleen ‘goede handhaving en controle’ kan fraude vermijden.

Daarnaast werd de vraag van Kuiken om opheldering van demissionair minister Kamp over het CO2-gehalte van Noordzeegas niet beantwoord. Uit onderzoek van De Groene blijkt namelijk dat het kabinet in 2015 een wet heeft ondertekend die toestaat dat het CO2-gehalte in gas wordt verdrievoudigd. Terwijl Nederland afstapt van de kolen gaat het over op ‘viezer’ gas uit de Noordzee. Een wetswijziging die de Tweede Kamer lijkt te zijn ontglipt. Kamp ging niet in op de vraag.

GroenLinks heeft aangekondigd schriftelijke Kamervragen te stellen aan de regering over de wetswijziging over het CO2-gehalte in gas. Alle aanwezige partijen bij het debat zetten in op duurzamer kabinetsbeleid, al is het wachten op een nieuwe formatie. Alleen de PVV verzoekt het kabinet te stoppen met verdere vergroeningsmaatregelen, maar lijkt daarin geen steun te krijgen van andere partijen.

‘Het probleem is dat Nederland een industriepolitiek mist’, meent campagneleider Joris Wijnhoven van Greenpeace. Er is overheidsbeleid nodig om de bedrijven te verduurzamen. ‘Bedrijven gaan het niet snel zelf doen’, zegt Wijnhoven. ‘Je bent een dief van je eigen portemonnee als je voor de eigen troepen uit loopt.’ Ook Donald Pols, directeur van Milieudefensie, zet in op een concreet overheidsbeleid. ‘Een substantiële CO2-prijs invoeren’, begint Pols zijn pleidooi voor een duurzamer Nederland. ‘Het creëren van een schone markt door strenge CO2-normen en een alternatief stimuleren voor het wegvallen van vervuilende bedrijven door het opbouwen van een groene industrie’, werpt hij op.