Ernaux vond met ‘De jaren’ een nieuwe romanvorm © Ed Alcock / Guardian / ANP

Hoe het kan gaan, door de jaren heen, met schrijvers. In Frankrijk geniet Annie Ernaux (1940) al een schrijvend leven lang een stevige reputatie van het dobberende soort. Geen grote prijzen, geen bestsellers, maar wel alom erkenning als een van de grote Franse stemmen met indringende, beknopte werken als De plek, De schaamte en onlangs nog Meisjesherinneringen. Sterk autobiografisch geïnspireerde documenten zijn het, waarin de schrijfster op de voor haar kenmerkende lyrisch realistische toon onrustbarende episodes uit haar leven onderzoekt tegen de achtergrond van de tijdgeest. Haar kunst gaf ze een nieuwe impuls met Les années dat in 2008 in Frankrijk verscheen. Toen het vorig jaar als The Years uitkwam in de Verenigde Staten werd het onthaald als een meesterwerk en genomineerd voor de Booker International Prize. ‘Dit is een autobiografie zoals je nog nooit hebt gelezen’, schreef The New York Times. ‘Misschien zou je het een collectieve autobiografie moeten noemen.’

Soms is de blik van de vreemdeling nodig om opnieuw een schrijver te kunnen zien voor wat hij of zij is: een exoot. Na de zegetocht in de VS, waar nu ook A Girl’s Story gaat verschijnen, begon De jaren land op land te veroveren. Toen het vorig jaar oktober in de glanzende, precieze vertaling van Rokus Hofstede verscheen – wiens vertaalwerk uit het Frans onlangs terecht werd gelauwerd met de Martinus Nijhoff Vertaalprijs – groeide het ook in Nederland uit van geheimtip tot bestseller.

Ernaux vond inderdaad een geheel nieuwe vorm om een autobiografie te schrijven, al was het maar omdat ze niet één keer het ik-perspectief gebruikt. In plaats daarvan zwenkt ze van ‘wij’ naar ‘men’, van ‘je’ naar ‘de mensen’. Het is opmerkelijk hoe nabij en gedistantieerd tegelijkertijd ze hierdoor klinkt, en hoe ze de hyperindividuele recapitulatie van een leven lijkt te ontdoen van het triviale. Juist doordat die zogenaamde persoonlijke kleine levensfeiten in het licht van de tijd worden beschouwd, vanuit een algemener perspectief, krijgen ze een onverwachte geldigheid. Noodzakelijkheid zelfs.

De sensaties die iedereen beleeft, worden bij Ernaux ervaringen om nooit te kunnen vergeten

De jaren is een historisch en sociologisch literair document, op de menselijke (vrouwelijke) maat gesneden. Sterk is Ernaux in het oproepen van de adolescentie, als haar seksualiteit op knappen staat en er tegelijkertijd van haar wordt verwacht het ingetogen, oplettende meisje te zijn. ‘Al haar energie is erop gericht niet uit de toon te vallen.’ In luttele bladzijden komt de eerste dramatische seksuele ervaring voorbij, die ze later in Meisjesherinneringen nog eens binnenstebuiten keert. In feite levert Ernaux de poëtische ondertiteling bij De tweede sekse van Simone de Beauvoir, waarin meticuleus de opeenvolgende fases in het vrouwenleven worden beschreven alsof het om het opklimmen in het leger gaat. De getrouwde vrouw, de moeder, de minnares, Ernaux beziet ze met compassie. ‘Om te testen of ze ook zonder man konden leven, gingen ze ’s middags alleen naar de film en beefden inwendig, want ze geloofden dat iedereen wist dat ze daar niet hoorden.’

De sensaties die iedereen beleeft op gezette tijden – of het nu gaat om de eetbaarheid van een avocado, het spelen van een potje Scrabble of het zien van A Woman under the Influence in de bioscoop – worden bij Ernaux weer ‘echte’ sensaties, ervaringen om nooit te kunnen vergeten. Via de beschrijvingen van foto’s, waarop ze haar vroegere gedaantes terugvindt te midden van klasgenoten, kinderen, vrienden, komt ze tot ontroerende bespiegelingen over zichtbaarheid en verdwijnen, vergeten en herinneren.

Begin jaren tachtig hervindt ze het soort eenzaamheid waarover het huwelijkse bestaan een sluier had gelegd. Dan al droomt ze over het schrijven van dit boek, althans, dat leid ik af uit haar verlangen ‘de totale roman’ te schrijven, vergelijkbaar met Une vie van Guy de Maupassant, waarin het verstrijken van de tijd wordt getoond in het onthecht raken van mensen en dingen. Maar, vraagt ze zich af: hoe een ordening aan te brengen, hoe niet te verdwalen in alles wat ze zal moeten schrijven, vastpakken?

Ernaux maakt het de lezer niet makkelijk, maar waarom zou ze ook? Het duurt even om de juiste leeshouding te vinden, en ook een soort kalmte te bewaren, je een beetje te laten hypnotiseren door de ernstige aandacht waarmee ze het kleine en het grote met elkaar verbindt. Zoals ze ‘de dingen’ hun opmars laat maken in een almaar materialistischer wereld en de mens uitkleedt tot de willoze consument die hij óók is, lijkt De jaren op het wonderbaarlijke De dingen van Georges Perec. En zoals Ernaux met dit boek een heel nieuwe romanvorm heeft weten te vinden om zowel aanwezig als afwezig te zijn, lijkt ze op de Engelse jongere schrijfster Rachel Cusk, die in haar Outline-trilogie een vergelijkbare zoektocht naar een manier van vertellen onderneemt om iets ‘werkelijks’ te vangen voordat het gestold is tot een verhaal met een begin en een einde. Ernaux is alleen menselijker, misschien berustender. Haar De jaren is geen zelfgetuigenis, maar een poging om de verloren tijd te hervinden ‘die gaandeweg het heden opslokt tot aan het laatste beeld van een leven’, iets behouden van wat definitief geweest is, films, feestjes, posters, de blik van een kat, zonlicht op een muur.