De uitkeringen-bv’s

Een sluitende aanpak, heet het. Uitkeringen omzetten in werk en loon. Zo simpel dat het te mooi is om waar te zijn. De twijfelachtige opkomst van de uitkeringen-BV’s.

AMSTERDAM WIL HET. En Den Haag, en Deventer, en Oldambt, en Rotterdam niet te vergeten. Uitkeringen gebruiken voor werkgelegenheid. Het klinkt zo logisch dat je je bijna afvraagt waarom ze er niet eerder op zijn gekomen. Werklozen zitten kwijnend thuis en strijken gemeenschapsgeld op, terwijl het werk op straat ligt. Heeft Jan Schaefer dat niet nog vlak voor zijn dood zo mooi gezegd?
Binnenkort gaat het er dan eindelijk van komen. Het probleem was tot nu toe dat uitkeringen een recht waren, en bovendien werden ze verstrekt uit landelijke potten. Gemeenten beschikten niet over het geld om het vervolgens als loon uit te kunnen keren aan werkwillige uitkeringsgerechtigden. De gemeenten voelden dondersgoed aan dat paars dit tij zou kunnen doen keren, en overal lagen dan ook al plannen klaar om er de nieuwe minister mee te bestoken. Allemaal reisden ze naar Den Haag, de afgelopen maanden, en als de tekenen niet bedriegen, geeft minister Melkert over een paar weken zijn fiat aan de gemeentelijke wensen. Zijn eigen voornemen om veertigduizend extra banen te scheppen in de zorg en criminaliteitsbestrijding is op hetzelfde principe gebaseerd: de helft van de kosten wordt betaald uit bespaarde uitkeringen.
De gemeente Den Haag is het verst met de uitwerking van de ideeen. Er is een BV in oprichting (werktitel: Haags Werkbedrijf) die op den duur duizend langdurig werklozen in dienst neemt. Zij gaan aan het werk onder leiding van ploegbazen en doen klussen op basis van aangenomen werk - om het risico voor de opdrachtgever te beperken. Om de werklozen het minimumloon te kunnen betalen, is behalve het uitkeringsgeld nog twaalf gulden bruto per uur nodig van de opdrachtgever. En dat is ongeveer hetzelfde als cafebazen en tuinbouwers nu vaak zwart betalen; zo hoopt de gemeente Den Haag tevens zwart werken fors uit de markt te prijzen.
Aangezien opdrachtgevers ervoor moeten betalen, is het niet de bedoeling dat de allerzwakste broeders in dienst komen bij de BV - het gaat om de meest produktieve langdurig werklozen. De gemeente voelt overigens de tijdgeest goed aan en wil zo min mogelijk bemoeienis met de BV. In het bestuur van de stichting die de vennootschap beheert, zitten dan ook vooral mensen van de Kamer van Koophandel en de winkeliersvereniging, naast bedenker Arie van der Zwan. En is er een tijdje weinig werk, dan stelt de gemeente zich garant voor opdrachten (en het bijbehorende geld).
HET VERSCHIL MET de al bestaande banenpool is dat banenpoolers zich niet op de commerciele markt mogen begeven, terwijl dat bij de ‘uitkeringen-BV’s’ nu juist wel de bedoeling is. Daarmee zijn de mogelijkheden schier eindeloos: zei hoogleraar In ’t Veld niet al eens dat hij graag een butler wilde, mits deze vijftien gulden per uur kostte in plaats van vijfendertig? In de toekomst kunnen in 'dienstenwinkels’ diensten van werklozen worden gekocht, gesubsidieerd door de overheid. Dat is trouwens een idee van voormalig Eurocommissaris Delors.
Opmerkelijk van het Haagse plan, in vergelijking met die van andere gemeenten, is vooral dat Den Haag uitgaat van een permanente voorziening: de werknemers krijgen een permanent arbeidscontract en het uitkeringsgeld blijft altijd nodig. Dit in tegenstelling tot Rotterdam, waar mensen een maximum aantal jaren in de NV Werk mogen zitten. De uitkering dient daar als startsubsidie.
In Amsterdam ademen de plannen een bijzondere combinatie van stoerheid en vaagheid. Niets is nog duidelijk, behalve dat de NV Werk beheerd gaat worden door een Raad van Commissarissen, 'waar de gemeente weliswaar in zit, maar niet in een overheersende positie’, zo stelt Amsterdam gerust. Je moet er inderdaad niet aan denken dat de overheid de boel voor ruim de helft financiert en dan ook nog zeggenschap heeft. Werklozen en vakbonden komen, zoals het er nu naar uitziet, overigens nergens in het bestuur van de werkvennootschappen. Dit in tegenstelling tot de banenpool, waar de vakbonden in het bestuur opletten of de banenpoolplaats geen gewoon werkt verdringt.
Het grootste verschil met de banenpool is echter de schaal, als we tenministe de Amsterdamse voornemens mogen geloven. Amsterdam wil een sluitende aanpak: wie geen gewone baan heeft of een opleiding volgt, zit in de NV Werk. Tenzij iemand kan aantonen dat hij of zij echt niet kan werken. Gezien de tachtigduizend werklozen in Amsterdam, waarvan er misschien twintigduizend kunnen bewijzen dat ze niet kunnen werken, heeft de NV Werk straks zestigduizend werknemers. Maar zelfs voor gratis arbeidskracht moet je het een en ander organiseren, en de sluitende aanpak zal dan ook wel niet zo'n vaart lopen.
HET IS NIET toevallig dat de werklozen- BV’s en -NV’s juist nu als paddestoelen uit de grond schieten. Want behalve dat Nederland er mentaal rijp voor lijkt, ligt er ook een nieuwe Bijstandswet bij de Tweede Kamer. En dank zij die wet is iedere uitkeringsgerechtigde, uitgezonderd moeders met jonge kinderen, straks verplicht om alle werk aan te nemen. Moest werk tot voor kort nog enigszins passen bij de genoten opleiding, voortaan is het werk 'passend’ zodra het aan algemene kwaliteitsnormen voldoet, zo stellen Melkert en zijn staatssecretaris Linschoten. Voor mensen met een arbeidsverleden maken zij voorlopig nog een uitzondering, maar voor wie nog nooit heeft gewerkt, is er geen pardon.
En zo ontstaat de sluitende aanpak waar de gemeente Amsterdam het over heeft: wie een uitkering heeft, kan aan het werk worden gezet. Vooruitlopend op die verandering hebben gemeenten nu al een pot geld om naar eigen goeddunken in te zetten, bijvoorbeeld als bonus voor vrijwilligerswerk. Dat klinkt mooier dan het is: de pot bestaat uit geld dat wordt bespaard doordat uitkeringsgerechtigden sinds 1 oktober niets meer mogen houden van eventuele bijverdiensten - voorheen mochten zij een percentage houden, met een maximum van 250 gulden per maand.
In de Sociale nota van Melkert en Linschoten, die tegelijk met de Miljoenennota verscheen, maken de bewindslieden bovendien de weg vrij voor verplicht vrijwilligerswerk, ook wel 'workfare’ of 'sociale activering’ geheten, op straffe van korting op de uitkering. Eerder al pleitte PvdA-fractievoorzitter Wallage hiervoor. Moet een werkloze bij het Haags Werkbedrijf in ieder geval produktief genoeg zijn om een opdrachtgever twaalf gulden per uur waard te zijn, dank zij workfare kunnen ook degenen die minder produktief zijn aan de slag. Hoe vaag de discussie over 'burgerschap’ in de PvdA ook was, de effecten van die discussie zijn in ieder geval uitermate concreet: tegenover rechten staan voortaan gewoon weer plichten.
DE VRAAG IS WAT het verschil eigenlijk is met de (niet loonvormende) bedrijfjes die werklozen zelf opzetten. Werden zij de afgelopen jaren niet massaal gedwongen hun onbetaalde werk op te geven omdat zij zich officieel beschikbaar moesten houden voor de arbeidsmarkt? Het is niet ondenkbeeldig dat deze fietsenmakers, kleine uitgevers, archivarissen en kinderoppassers straks in dienst komen van de BV Werk en onder het wakend oog van de gemeente en de Kamer van Koophandel opnieuw gaan fietsenmaken, luiers wassen, uitgeven en wat dies meer zij. Het verschil is het wakende oog: keurt de BV of de sociale dienst de bezigheid niet goed, dan is het geen werk. Eigen verantwoordelijkheid, het motto van het nieuwe kabinet, is tenslotte een plooibaar begrip. Een deel van die zelfstandige uitkeringsgerechtigden heeft zichzelf overigens al tot banenpooler laten benoemen, omdat dit de afgelopen jaren de enige mogelijkheid was om ongestoord te kunnen blijven fietsenmaken, archiveren et cetera.
'Twintig jaar lang zijn langdurig werklozen aan hun lot overgelaten, en nu hun eindelijk wat mogelijkheden worden geboden, worden die mogelijkheden prompt omkleed met sancties. Jarenlang was vrijwilligerswerk verboden, en nu het mag wordt het meteen verplicht’, zegt Hans Bosselaar, onderzoeker bij het Tilburgse Instituut voor Arbeidsvraagstukken. Eind deze maand verschijnt van hem een onderzoek naar nieuw beleid voor langdurig werklozen. 'Waarom zou je niet beginnen met wat mensen willen, en met de mensen die iets willen? Maar daarmee zouden bestuurders zich veel te kwetsbaar maken. Er is immers een klimaat waarin alles en iedereen meteen wordt afgerekend - alles moet resultaat hebben. En sancties zijn een vorm van garantie op resultaat.’
Typisch vindt hij ook de aard van de te verrichten werkzaamheden. 'Preventie van criminaliteit, onderhoud van de openbare ruimte, zorg, het past allemaal perfect in de burgerschapsmoraal.’ Bij zijn onderzoek richtte hij zich vooral op de vraag welk werkloosheidsbeleid de samenleving acceptabel acht. Want al is tewerkstelling van uitkeringsgerechtigden nauwelijks meer een probleem in de huidige tijdgeest, er zitten nog wel een paar andere haken en ogen aan de werkvennootschappen. Alle gemeentelijke plannen hebben gemeen dat werklozen met een forse premie, meestal gelijk aan de huidige uitkering, de arbeidsmarkt worden opgestuurd. Maar hoe ver ga je daarin? Voor je het weet, maakt ongesubsidieerd werk plaats voor zwaar gesubsidieerd werk en concurreert de werklozen-BV bestaande bedrijven uit de markt. Niet voor niets geven gemeenten het bestaande bedrijfsleven een grote zeggenschap in de werklozen-BV’s. Bovendien en dat is voor werkgevers minder een probleem maar voor de vakbeweging wel, creeer je al snel twee soorten werknemers. Zo zijn er in Rotterdam nu al drie soorten stratenvegers: gemeentelijke, commerciele en banenpoolers. Gevaren die Melkert in zijn Sociale nota overigens allemaal onderkent.
Bosselaar: 'Ik vind dat de langdurig werkloze voorop moet staan en dat je ook als vakbeweging een beetje verdringing en concurrentievervalsing maar voor lief moet nemen. Zelfs als de werkloosheid alleen maar rouleert ben je al een stuk verder dan nu.’ Volgens Bosselaar accepteert de samenleving dat langdurig werklozen tijdelijk worden 'voorgetrokken’, mits het om een duidelijk afgebakende groep van nadrukkelijke losers gaat. Maar de vraag zal altijd blijven waarom de een net wel in de regeling valt, en de ander net niet. Dat valt alleen te ondervangen met een basisinkomen. Daarmee krijgt iedereen immers een loonkostensubsidie, zonder onderscheid des persoons, waarbij de sterkeren op de arbeidsmarkt het basisinkomen echter dubbel en dwars teruggeven via belastingen.
IN EEN POGING de bezwaren te ondervangen en niet het kind met het badwater weg te gooien, lanceerde de FNV vorige maand het idee van de instroompool. Melkert reageerde enthousiast en het is dan ook niet ondenkbaar dat hij de gemeentelijke plannen in deze richting zal bijsturen. Crux van het FNV-plan is dat de uitkeringssubsidie tijdelijk is en dat bestaande sectoren de verantwoordelijkheid krijgen voor zo'n instroompool. De verzekeringsbranche bijvoorbeeld richt een pool op voor preventie van inbraken. Na een aanlooptijd krijgt de pool steeds minder uitkeringsgeld tot z'n beschikking en moet het werk dus steeds rendabeler worden. Na maximaal drie jaar zijn het gewone banen die onder de CAO vallen. In het bestuur van de instroompool zitten werkgevers en werknemers of, in het geval van een heel nieuwe sector, het vroegere arbeidsbureau (waar werkgevers, werknemers en overheid in zitten). Het bestuur waakt voor concurrentievervalsing en verdringing. De FNV verwacht dat hierdoor op termijn dertigduizend extra banen kunnen ontstaan.
Dat toont de beperktheid van het plan en daarmee ook van veel gemeentelijke plannen. Want een tijdelijke loonsubsidie biedt werklozen weliswaar de kans werkervaring op te doen en er ontstaan wat banen die zonder aanloopsubsidie niet zouden ontstaan, maar het belangrijkste probleem los je er niet mee op. En dat is dat zowel de overheid als de markt voor veel arbeid eenvoudigweg niet genoeg geld over hebben. Tot nu toe wordt dat alleen in het Haagse initiatief onderkend. Het Haagse idee, waarbij uitkeringen dienen als permanente subsidie, is misschien dubieuzer, maar wel realistischer. Maar naarmate de subsidie permanenter is, neemt ook het gevaar van verdringing en valse concurrentie toe, en zo is de cirkel rond.
En er zijn meer dilemma’s. Want wat gebeurt er met de mensen, veelal vrouwen, die wel graag willen werken, maar geen uitkering hebben? Die kosten de overheid nu niks, maar het is wel zo eerlijk om ook hun in geval van langdurige werkloosheid een loonkostensubidie mee te geven. En trouwens, ook als werknemers weinig kosten, wil je als werkgever nog steeds de besten hebben - en zo vallen de echte kneuzen opnieuw uit de boot.
IN HET TWEEJAARLIJKSE rapport van het Sociaal Cultureel Planbureau dat vorige maand verscheen, schetst het SCP twee mogelijke scenario’s voor de toekomstige economie en arbeidsmarkt in Nederland (of eigenlijk drie, maar het derde is een combinatie van de twee andere). In het geintegreerde scenario staat de kwaliteit en een redelijke beloning van het werk voorop, en de overheid beschermt deze kwaliteit door diverse regels. Maar tenzij er een enorme herverdeling op gang komt, blijven in dit scenario zeer velen werkloos.
In het gepolariseerde scenario zijn er twee soorten werknemers: de goed opgeleide hoogproduktieven met goede arbeidsvoorwaarden, en de marginalen, die genoegen moeten nemen met flexibele, laagbetaalde, tijdelijke baantjes. De overheid geeft in dit scenario de markt alle ruimte, beschermende regels worden afgeschaft. En naarmate dit meer gebeurt, krijgt volledige werkgelegenheid meer kans. In extremo: als je alle uitkeringen afschaft, vindt uiteindelijk iedereen werk. Er zijn nog steeds insiders en outsiders, maar de outsiders zijn nu niet werkloos, doch hebben hondebanen. De scenario’s zijn verhelderend voor het huidige economisch beleid in Nederland en werpen ook een licht op het inzetten van uitkeringen voor werk. Met hun Sociale nota koersen Melkert en Linschoten aan op het gepolariseerde scenario: flexibilisering, meer markt, minder overheid, niet meer zeuren over de kwaliteit van werk, uitkeringen omlaag en moeilijker te bemachtigen. Tegelijkertijd is in de Sociale nota een staatje opgenomen van het gepolariseerde scenario in de praktijk: de Verenigde Staten. Daar daalde het inkomen van de minst verdienende twintig procent van de bevolking de afgelopen twintig jaar met veertien procent, terwijl het inkomen van het rijkste quintiel van de bevolking in dezelfde periode met bijna achttien procent steeg. De voornemens om uitkeringen te gebruiken als loon moeten dan ook vooral worden gezien als pogingen om pleisters te plakken op de ergste wonden van het gepolariseerde scenario. Positief is dat er, nadat de aandacht jarenlang eenzijdig gericht is geweest op het prikkelen van uitkeringsgerechtigden, nu wordt erkend dat er werk bij moet komen. Maar in plaats van werkgelegenheid centraal te stellen in het economische beleid, wordt enerzijds de produktiviteit opgevoerd om de concurrentiepositie te versterken en worden anderzijds landurig werklozen tewerkgesteld.
HET LIJKT WELLICHT een aantrekkelijk scenario: een superproduktieve sector, waarvan de winsten door de overheid worden afgeroomd ten bate van de collectieve sector waar dienstverlening en werkgelegenheid voorop staat. Maar er zijn een paar problemen. In een geintegreerd Europa en een globaliserende economie heeft een overheid nooit de middelen en de moed om de particuliere sector zo sterk af te romen. En naarmate de gepolariseerde economie meer gestalte krijgt, zal de groep waarvoor pleisters nodig zijn, verder toenemen. In het uiterste geval werkt dadelijk de helft van de mensen in goedbetaalde prettige banen, en de andere helft verricht diensten, met behulp van uitkeringen en een kleine 'inleenvergoeding’. Een nieuwe parlementaire enquete ligt dan in het verschiet: hoe durfde men in de jaren negentig zoveel mensen een loonsubsidie te geven! De loonkostensubsidie wordt afgeschaft, waardoor uiteindelijk gewoon het gepolariseerde scenario overblijft.
Paul de Beer, schrijver van het SCP-hoofdstuk over arbeid: 'Als tijdelijke overbrugging kan werken met behulp van uitkering nuttig zijn. Maar het punt is dat niets er op wijst dat de werkloosheid tijdelijk is, en ook de behoefte aan diensten is blijvend. Eigenlijk zijn die Werk-NV’s en -BV’s een vorm van uitbreiding van de collectieve sector. Maar dat kun je op het moment niet hardop zeggen, dus wekt men de indruk dat het allemaal tijdelijk is.’
Het SCP benadrukt dat werkloosheid meer een sociaal probleem is dan een economisch probleem. De Beer: 'Als het je vooral te doen is om maatschappelijke participatie, heeft dat consequenties voor de oplossingen die je bedenkt. Niet alleen is de kwaliteit van het werk dan belangrijk, ook is betaald werk dan niet de enig denkbare oplossing.’
De overheid zit gevangen in haar eigen principes. Mensen mogen niet aan de wolven worden uitgeleverd, dus stel je minimumeisen aan inkomen, maar dat inkomen valt in de marktsector voor velen niet te verdienen, en de collectieve sector mag niet worden uitgebreid. Toch moet iedereen een betaalde baan, dus laat je eigenlijk alles zoals het is, behalve dat je uitkeringen voortaan loon noemt, en bedrijfsleven en overheid bepalen wat daar tegenover moet staan.