Sport

De uitzwaaiwedstrijd

Voetbaltheater Nederland-Hongarije, 6-1

DE REDACTIE HEEFT me lekker gemaakt: je gaat de generale repetitie doen! Sport in Beeld - ik blijf dat programma zo noemen - kwam vrijdag met de werkelijke aanduiding: de uitzwaaiwedstrijd. Die dag reden de wagentjes van de voetbalvrouwen hun mannetjesputters naar het Amsterdam-Hilton, de rolkoffers uit de achterbak, vette fotozoenen voor de paparazzi en daarna zwaaide de selectie de levensgezellinnen uit. Het thuispubliek kreeg de dag erna nog een oefenpot. Zo'n partijtje werd in vroeger dagen waarschijnlijk gespeeld op een veldje naast de startbaan, tegen pak ’m beet Raamsdonkveerse Boys. Vier gevouwen trainingspakken als doelpalen, de piloot deed de ‘scheids’, het toestel stond al te ronken, na afloop was het instappen en wegwezen. Nederland-Raamsdonkveerse Boys: 19-1.

Anno 2010 huurt men voor zo'n oefenpotje Hongarije in (coach: Erwin Koeman) en de Amsterdam Arena af. Zaterdagmiddag, 27 graden in de schaduw. De tv-floormanager van dienst heet Jan Joost van Gangelen (kán die jongen eigenlijk wel iets?) en zijn kabeldrager in de catacomben is Hans Kraaij junior, een sprekende haardos die ik persoonlijk voor een der ernstigste misverstanden in de Nederlandse voetbaljournalistiek houd, en die ook vanmiddag uitblinkt in diepte-interviews van het kaliber: 'Robin, ik zeg: Robben. Wat zeg jij?’ Voor de wedstrijd maakt een F16 een glijvlucht boven de Arena, de piloot wenst het Nederlands elftal veel succes in Zuid-Afrika, namens de Koninklijke Luchtmacht. Het is alsof Elisabeth I vlak voor de première van Hamlet in 1601 een galjoen de Theems op stuurt dat ter hoogte van Southwark en het Globe Theatre saluutschoten afvuurt ter ere van Shakespeare en zijn spelers. De eerste helft wordt geen Hamlet. Verre van. Het is Bloed & Liefde (1937), een melodramatische draak van Godfried Bomans, uitgevoerd door het ensemble Ons Genoegen uit Noord-Scharwoude. Rafaël van der Vaart, de hese tenor uit mijn geboortedorp Heemskerk, geeft lange voorzetten richting Niemandsland, draait elegante pirouettes om een onzichtbare bal, valt of laat zich vallen, kortom: speelt een diva met overgewicht die vrije trappen steevast recht in de handen van de Hongaarse doelman schiet. Het is toneel in de spelling van voor Marchant: Tooneel, flutbal, zielloos drama. Mijn vader, een zwijgzame observant van ADO'20 (koosnaam: Achter Doel Om), kwam van dit type wedstrijden altijd thuis met de mededeling: NatteKrantenVoetbal, waarna hij de koeien ging melken.

De teksten van medecommentator Wim Kieft ('De Grote Vier moeten altijd in de zestien zijn, anders bent je nooit gevaarlijk’) doen terugverlangen naar voetbalcommentatoren die nog vol liefde spraken van de 'doel-mond’. Het was Hamlet zonder Hamlet, na de thee komt Hamlet, in de persoon van Arjen Robben. Het is als Engels provincietoneel in de negentiende eeuw: voor de pauze doen we het met een stand-in, de echte ster (die de trein heeft gemist) neemt de rol na de pauze over. Je zag hem voor de pauze al even naar de kleedkamer gaan, zijn haar goed doen of zoiets, en dan die opkomst na rust! Mijn dierbare collega Benjamin Henrichs schreef het afgelopen zaterdag al in de Süddeutsche Zeitung: 'Fussball kann ein Zaubertheater sein’, en er is er één die dat in zijn glazen benen heeft, 'der holländische Wunderstürmer Arjen Robben’ die een fabuleuze dribbel maakt, 'die Seitenlinie entlang, als seien seine Fussballschuhe plötzlich zu Flügelschuhen geworden’. De dribbels van Arjen Robben leveren vanmiddag geen 'Zaubertheater’ op, Hamlet maakt wel twee mooie doelpunten. Maar hij maakt ook een kardinale fout. En wel vlak voor hij zijn mooiste tekst uit het vijfde bedrijf gaat spelen: 'Er is voorzienigheid van bijzondere aard in elke mus die doodvalt. Als dat nu is, zal het niet in de toekomst zijn; als het niet in de toekomst is, zal het nu zijn, als het niet nu is, zal het in de toekomst toch gebeuren. Bereidheid is alles.’
Arjen Robben denkt: ik doe in plaats daarvan die mooie monoloog uit het derde bedrijf nog een keer. En hij maakt een inleidende beweging waarover Wim Vissers in de Volkskrant schreef 'dat u die thuis beslist moet nalaten: een hakballetje voor het standbeen langs, in volle dribbel’. Het resultaat kennen we. De hamstring van Robben was zondag de opening van het achtuurjournaal, hoe gek kan een land worden. Overschaduwd ondertussen werd de mooiste voetbalopkomst van de wedstrijd. Eljero Elia, 23 jaar. Het was als Romeo’s vriend Mercutio, die onverwacht, out of the blue, uitbarst in een prachtige ode aan de Feëenheks 'Queen Mab’, de bijrol die even de hoofdrol doet verbleken. Elia valt in voor Sneijder, hij passeert bij zijn eerste balcontact twee Hongaren en mikt de bal tussen de benen van de derde door in een verre hoek: 5-1. Het is de 78ste minuut. Tien minuten later zien we een overmoedig hakje, er scheurt een kwetsbare hamstring uit een brandschadepartij en Nederland verliest het Wereldkampioenschap Voetbal 2010 voor het goed en wel vertrokken is. Gertrude lispelt door het leegstromende stadion: 'De ene ramp zit de andere op de hielen/ Zo snel volgen ze elkaar.’