De uivariaties

Het zijn voorzichtige achtergevels. Ze omringen de ruimte tussen de huizen met tegenzin. Dat heb je met nieuwbouw. Tegelijk met mij is de telegrambestelster ook gearriveerd. Pas een paar uur later zal zij een snel Italiaans pratende, niet onelegante, versmade bastaardse spelen. De halve maan komt wat later. Net gebeld. Een vertelster zit warm en vol in haar klapstoel en vertelt: «Met ogen heb ik het nog moeilijk.» Ja , dat geldt ook voor mij. Ze denkt na, dat geeft extra tijd voor wat weet ik al niet. Deze omgeving is nog niet helemaal af. Dit huis wel. Je moest omlopen. Boven de omheining waren opeens drie achterhoofden te zien. De olijven en de rode wijn mogen wat later opblijven omdat er toch niets anders dan gebarbecued zal worden. Dat is helemaal niet erg. Daar is de maan. Half, zoals afgesproken. Nu vertelt ze maar wat leerzaams over de maan. Ach nee, dat was iemand anders. Ze dacht dat hij een vaste plek had aan de hemel. Nogal voorbarig maar niet onbegrijpelijk. De eerste rookwolken zweven al boven het gazon. Ja, dit is een echte barbecue. De gasten, al of niet gelukkig, kennen elkaar niet. Staljongens dringen zich moeiteloos op aan markiezinnen en bijna was een strenge goudvis door een wulps zeeottertje gekust. Superdood lamsvlees gaat rond en het is megalekker. Er is brood, het huppelt over het gras. Mijn vertelster val ik nauwelijks in de rede wanneer ik zeg dat ik in mijn leven al zoveel oren, neuzen en monden heb gegeten dat zeventien paar ogen daar heus wel bij kunnen. Zij staat erop mij onder te dompelen in al het sterke water dat ze hoorde kabbelen in alle musea voor natuurlijke historie ter wereld en waarin veel walvisogen dreven. Op hun best gemarineerd in papaverolie en met de allerjongste aardappelazijn. Gesnipperde dovenetel daarover. Worstel ik mij los, drink alle olijven op en eet van de wijn tot ik niet meer kan. Achterop bij de telegrambestelster ben ik snel thuis.