De uivariaties

De uivariaties

Heer in ochtendmistig geruit kostuum, met geprononceerd geruite stropdas en pochet, stond een broodje te eten. «Ga eens naast die man staan en eet ook iets.» Althans, daar kwam het ongeveer op neer. Ingefluisterd door dienstdoend gastrotechnisch onderego.

Bestelde een haring, hoewel zeker de helft van het volle verstand de kop opstak: «Niet bij vreemde haringkar, niet met zoveel gasterend gajes in de buurt.» En ik kreeg mijn haring thuis. Haringman stak intussen zijn kop naar buiten en vroeg aan de ruitenheer of het broodje makreelkaas hem genoegen bracht. Man knikte kortaf, omdat het een kortaffe man was. Van veel broodjes kaasmakreel word je op den duur vanzelf kortaf.

Schaduw van mijn ongeloof flikkerde op. Tersluiks doch goed toekijkend zag ik dat er inderdaad wel twee vellen bleke kaas, meer laf dan wulps, om het makrelenvlees krulden.

Even terloops betrapte ik ’s vents exotische uiterlijk en dook tegelijk het archief in om uit te vinden waar ze makreel met kaas op de kaart hadden.

Nullo! Daarom waarschijnlijk werkend lid der orde van subversieve smaakomgooiers. Geheim keurkorps, opgericht onder Avro-kok P.J. Kers.

Juist dat onopvallend opvallende, die legering van slechte smaak en nog slechtere manieren, maakte de kerel zo geschikt om geloofwaardig over te komen. Werkte hij voor het makreelkartel of het kaassyndicaat? Die man stond hier niet voor niets. Dagenlang was ik gevolgd, nu hadden ze mij te pakken.

Ik voelde het, nog ongeveer zeven keer zou ik er omheen kunnen. Totdat ik mijn perfide nieuwsgierigheid niet meer kon bedwingen. En dan zou het te voorschijn komen. Mijn gelispelde bede om broodje makreelkaas. Verkocht!

En die haringman, met zijn haringkop. Die zo achteloos als het maar kon, maar met de driedubbele dictie van de oude Diepenhorst, had gevraagd of alles in orde was, zat die ook in het complot? Ik zette de affaire uit mijn hoofd. Om des te harder door te kunnen werken aan de ontwikkeling van het broodje aardappelpuree.