De uivariaties

De uivariaties

Altijd het idee gehad dat mijn kaasbehoefte gelijke tred hield met mijn kaasbevrediging. Uiteraard het gevolg van een met de jaren toenemende kaastolerantie. Dat kaaskennis daar ook een rol bij speelde, lijdt geen twijfel. Daaruit ontwikkelde zich kaasbewustzijn. Met zoiets vrijblijvends als kaasgenegenheid, waar je de doorsnee kaasprater weleens over hoort, als gepasseerd station.

Aan echte kaaszucht heb ik nooit geleden. Een boude veronderstelling omdat, indien deze toestand al optrad, daarna vrijwel zeker sprake is geweest van kaasverdringing. Iets wat ik zelfs mijn ergste kaasvijanden niet toewens. In verband met mijn kaasgeaardheid ben ik inderdaad weleens van kaasdrang verdacht, maar daarbij nooit als schuldige aangewezen. Het is duidelijk dat ik zelf liever spreek van kaasneiging. Waarbij volledige kaaspenetratie in de praktijk, zeg ik met nadruk, als illusoir aangemerkt kon worden. Vanuit deze constructie naar zoiets vertrouwds als kaascompensatie lijkt een logische stap. Eveneens door mij nooit genomen, en dat zeker niet vanuit acute kaasnegatie. Of er op enig moment een verwaarloosbare mogelijkheid tot kaasverruwing in mij aan het werk is geweest, valt niet meer na te gaan. Of aan dit laatste «helaas» moet worden toegevoegd, daarover mag het collectieve kaasgeweten beslissen. Met een zekere vorm van kaasvertedering kijk ik terug op mijn kaasverleden. Waarin de singuliere Jan Brusse nog een kaasrol van betekenis heeft gespeeld. Het is een uitge maak te zaak dat ik met kaasvertrouwen uitzie naar ons aller kaastoekomst. Ikzelf, ik vrees een eventuele kaaskater niet. Al ben ik van huis uit niet het type van een kaaspatiënt. Zoals mijn kaasarts mij verzekerde. Mocht er ooit sprake zijn van kaasbeperking, wil ik alles doen om via kaaspublicaties eventuele kaascalamiteiten in goede banen te leiden. Tegen die tijd zal er zeker ook een kaasgironummer voor de allerergste kaaslijdenden worden geopend. Tot dat moment kan normaal kaasvuurwerk uiteraard geen kwaad.