De uivariaties

De uivariaties

De ui had mijn aandacht. Eigenlijk ondenkbaar dat ik geboeid werd door een zo nietige materie.

Broeierig, maar op een nette manier, staarde ik naar de ui. Mijn bijna bloedeigen ui. Die sprak en daardoor van zich deed spreken. En zelfs enigszins kon luisteren. Al waren er meer uien, eigenlijk alle zwijgende bovengrondse uien, die van zich deden spreken. Of schrijven. Men neme een ui. Lijdend voorwerp van heb ik jou daar.

Er waren ook ondergrondse uien van wie gesproken werd, hoewel — eerlijker misschien — eerder geschreven. Hun eigen bestaan is ze vooruit gesneld. Ze worden al genoemd in recepten nog voordat zij geoogst zijn en verkocht worden. Lang voordat ze het onbarmhartige grote mes in hun blanke leest krijgen gestoken. Als je zo begon kun je wel aan de gang blijven. Mogen ook de nog ongezaaide uien meedoen. De volledig onzichtbare ongedachte uien die over duizend jaar geslacht zullen worden, om het meedogend uit te drukken.

Wanneer onze beschaving tenminste nog zo lang meegaat. Tussendoor kun je daarbij de al of niet wenselijke gedachte aanstippen dat het de ui is die ons allemaal zal overleven. Een sprakeloze aarde, nergens christen, jood of islamiet in zicht, wel bedekt met ongeveer icosiljard oude en allernieuwste uien. Veel ruisend uigroen ook. Voor niemand hoorbaar.

Door een plotseling en merkwaardig natuurverschijnsel, een alles verzengende verwenteling gegenereerd in een nabije spiraalnevel, worden al die uien — even plotseling en merkwaardig — samen veranderd in een de aardbol omspannende saus, een Soubise-saus uiteraard, en daaruit zal op den duur een nieuwe evolutie — wie zo nodig grappig moet zijn mag van uivolutie spreken — op gang komen. Vanuit deze oersaus zal opmerkelijk en hopelijk intelligent nieuw uileven ontstaan. Waar mijn huidige pratende ui al een iets te vooruitgeschoven post van is.

Misschien. Als dat geen boze droom is weet ik het ook niet meer. Droom die zelfs mijn hoogst persoonlijke ui boven zijn uiplafond gaat. Al of niet gelukkig maar.