De uivariaties

De uivariaties

Kan mij de verwondering nog herinneren dat de meisjes bij mij op de gracht, kinderen waren het nog en ik ook, de zwarte onderbroeken der preciezen droegen. Terwijl mijn jonge vrienden en ik intussen de witte der rekkelijken om ons achterwerk hadden.

Mijn twijfel over het voorgaande als beginzin voor de autobiografie neemt toe. Maar wat dan wel? Iets met de natuur? Omdat het allemaal zo mooi en ten overvloede zo nauwkeurig in elkaar zit, de natuur?

Iemand vertelde van een auto, door de eigenaar zorgvuldig geparkeerd. Onder een boom. Neem om geen enkele reden nog steeds aan dat het een eigeelkleurige auto was. Zoals ik er eens zelf een bezat. Van vers vooroorlogs eigeel. De man ging zijn boodschap doen. Boodschap onbekend.

Kocht zesenzestig gram zwarte truffel of bezocht Galerie Maeght. Of beide.

Keek met veel verstand naar De Neus van Giacometti. Kwam terug. En zie, zijn auto was geheel paars, van bumper tot bumper. Omdat die boom een moerbeiboom was. Binnen vijf minuten hadden alle moerbeien besloten dat ze overoverrijp waren en het niet meer hielden. Sprongen hand in hand naar beneden.

«Onderuit; rijpe moerbeien!» riepen ze nog. De zwaartekracht liet het er ook dit keer niet bij zitten.

Die auto had niets te zeggen en onderuit was er helemaal niet meer bij.

Traction-avant natuurlijk. Waarmee de moerbei op niet mis te verstane wijze zijn mythisch karakter opnieuw duchtig wist te onderstrepen. Er zijn momenten geweest waarop ik mij afvroeg of de moerbei werkelijk bestond.

Sindsdien weet ik beter. Er was ook nog een verhaal dat vertelde van de zijdewormenziekte in de Cévennes. Waar eens de moerbeibomen stonden, waarvan de zijdewormen de bladeren eten, worden nu uien geoogst. De beste uien. De oignon des Cévennes. Zijn kostbaar en hebben een bijzondere zachte smaak.

Zelfs zij die geen kenners zijn spreken van een smaak als zachte zijde.

Dat is de natuur, die dat doet. En die moerbeienman en die zwarte onderbroeken, hoe is het daar mee afgelopen?