De uivariaties

De uivariaties

Ik kan mij nog goed herinneren hoe ik de gember sneed. Er was mij een groot stuk gemberwortel achtergebleven. Waar ooit andere plannen voor bestonden.

Die niet werden uitgevoerd.

De gember was nodig aan verwerking toe. Was hij aan het goede adres.

Diezelfde dag werd mij een lamspoot in de hand gedrukt. Diepgevroren weliswaar, maar het bleef een lamspoot. In bruinpapieren zak. Zo’n zak die je wel eens in je maag aantreft. Na een avontuurlijke avond uit of een saaie avond thuis. In deze onschuldige zak zat een lamspoot. Met lams poten kan ik alle kanten op. Meestal dezelfde. Geblinddoekt en met handen op de rug kom ik ermee weg. Het gaat erom dat je het harde van de poot zacht maakt. Komt veelal neer op uithoudingsvermogen. En alcohol in traditionele taak van overbruggend medium. Anders niet. Uitpakken en ontdooien, in die volgorde.

Aanbraden aan zijkanten en uiteinden en op z’n rug in de stamboekolie en tussen de laurierbladeren. De kardamomzaden liet ik links liggen. Wierp er wel drie violette tot op hun blanke ingewandjes gekliefde sjalotten bij.

Vergat de gember niet. Tijdens de bijbehorende actie zag ik de steranijs zweven. Hij mij niet, daar maakte ik gebruik van. Al is het niet voor elke dag, steranijs.

Hoever was ik inmiddels? Ergens tussen Midden Beemster en Guangzhou.

Ik greep naar de dertiende fles. Kwam die laatste vermetele ingeving ook wel. Stond erbij, keek er niet naar. Kopje Crista werd het: vieux système, medaille d’or Liège 1930, distillation pur grain. Elke volgorde voldoet.

Deksel zeer weinig schuin op de pan. Vuur karig en recht op en neer daaronder.

Het in de gaten houden van een zichzelf bradende lamspoot is als het observeren van een mannelijk onderbeen waarover de pantalon langzaam omhoog wordt getrokken. Niet echt om in te bijten. Remedie ligt voor de hand. Ogen dicht. Zie jezelf in eigen, schaars maar ordentelijk beklant, tenebrarium.

Met dank aan Jorge Luis Borges. Gedenk tevens de inktzwam.