De uivariaties

De kraaienroep klinkt maar al te zacht in dit jaargetij. Alsof er ergens een kikkerpoes losloopt. Naar buiten kijkend poes noch kraai. Niet naar buiten kijkend natuurlijk wel.

Even serieus.

Praten is net zo makkelijk als een hap van iets nemen. Voor je het weet is het gebeurd. Valt een onbezonnen uitlating te betreuren of je brandt je mond, proeft horribel bittere smaak of loopt de rest van de avond met een door rocotillo verschroeide slokdarm rond.

We eten wat we lekker vinden. We weten wat we lekker vinden. Dat is ons duchtig ingepeperd. Mama is ermee begonnen, op weg naar school dachten we er veel over na, en na gloedvolle omzwervingen en steeds maar weer nieuwe ontbijtbordjes, in meerdere talen gepaneerd met schaden en schanden, hebben de glanzende tijdschriften of de Volkskrant het zelf van haar overgenomen.

Praten over eten is moeilijker dan schrijven over eten.

Schrijven kun je vergelijken, nu we daar toch mee bezig zijn, met het proces dat spijsvertering heet. Het neemt tijd in beslag, het is een vorm van wikken en wegen. Je moet er zelfs bij nadenken. Thought for food. Hoe bedenk je het. Wat je, nu je groot bent en alles kunt betalen, wilt eten. Hoe bedenkt de maag het? Welk zuur of bacterie nu weer uit de ingewandskast te trekken? De zwaartekracht mag ook niet uit het oog worden verloren. Verticale kanalen kanalen het best.

Onkuise etenskluiten buitelen sluimerend door suizende sluizen.

De krochten van de geest wedijveren met die van het lichaam. Zo kun je het ook zeggen. Ten slotte wordt het eindstation bereikt. De tekst bevuilt het schone papier en het lichaam laat het er ook zelden bij zitten.

In slechte briefwisselingen lees je wel eens: ´Waarom vertel ik je dit allemaal?ª Gelijk hebben ze.