De uivariaties

De uivariaties

Mooi van de Rozengracht is niet alleen de naam, maar ook dat zij afloopt in de richting van de Marnixstraat. Zo plat is Amsterdam nu ook weer niet.

Voor sommige hellingen heb ik een zwak en die van de Rozengracht is daar één van. Ik wist wel dat mij daar ooit iets bijzonders zou gebeuren. Er waren zelfs dagen dat ik er speciaal voor ging zitten. Op een terras. Het was een dinsdagmorgen dat mij, daar op het trottoir, een onmiskenbare uiruis bereikte. Zo interpreteer ik het achteraf maar wat is daar verkeerd aan?

Mijn aankopen had ik al gedaan. Want, stap ik sommige groentewinkels binnen, heb ik ze snel op een rijtje. Het begint steevast met haricots verts. Om tijd te winnen. Sommige handelaren verkopen ze niet, andere willen dat je te grote hoeveelheden aanschaft. Verhuizing and such maakt dat ik de koopman die zijn waar in grote hand, gewone hand of kleine hand uitventte uit het oog ben verloren.

In een paar vage seconden vindt het inschatten van de smaak van de dag plaats. In volgorde van behoefte. Venkel vooral. Altijd goed als solist op de achtergrond. Maar ditmaal had ik mijn aankopen al gedaan. Verliet de winkel en stuitte op een kist uien. «Wat zijn dat voor uien!» vroeg ik, mijn voormalig jongenshoofd nonchalant over de rechterschouder. «Luxe uien», zei de groenteman.

Cool! Hoewel van alle woorden die in onbruik raken de aanprijzing luxe wel het allerdiepst is gevallen, terwijl het ooit zo mooi begon, trap ik er toch graag in. Ik kocht alsnog twee luxe uien.

De schijn van serieus type ophoudend informeerde ik naar de herkomst. Hij wist het.

«De Cevennen», zei hij. Meteen daarop bleek dat de prijs zes euro per kilogram was en overwoog ik een eredienst in te stellen voor dit inmiddels arm in arm in mijn karbies bivakkerend lelieachtig sterk ruikend bolgewas.

Uit de Cevennen.

Of een plaats voor ze te reserveren in het Panthéon, tussen de grote uieneters als Voltaire, Rousseau en Zola. Echter. Alexandre Dumas was mij voor. Met één uilengte. Maar voor is voor.