Philip Mechanicus

De uivariaties

Jaarlijks braad ik de gans. Zelfmedicatie. Om te zien of de eigen machine nog enigszins op orde is. Gans braden is een kwestie van nadenken. En soms ook weer niet. Dat allemaal in de juiste volgorde.

De meestal gekochte gans is een wel zeer hol beest. Is bekend. Leent zich daarom exclusief voor vulling met fluorescerende meiraapjes, aangestipt met zowel gepelde als echte kastanjes. En passant kan ook de geloofwaardigheid der normale naadloze ui opnieuw worden getest.

Dat is toch het alleraardigste van de kerstdis. Nergens zit je dichter bij de natuur. Al wat ter wereld ooit zorgvuldig gescheiden tot leven werd gewekt, wordt daar, via veel minder instinctieve dwaal wegen, geboetseerd tot pot sierlijke chaos en andere vergezichten. Ik geef toe dat dit inmiddels tot de goede en bespreekbare gewoontes behoort. Los daarvan is het af en toe de moeite waard om in plaats van alleen gebit, ook de ogen goed open te sperren.

Wie het kalm aan wil doen, kan zich op een dergelijk tijdstip in bloedeigen soep storten. Ikzelf zou van huis uit de ui daar op de eerste rang aantreffen.

Hou desondanks in de gaten dat het in sommige aquaria, en niet eens de allerminste, ook vaak alles uiensoep is. Het omgekeerde is zelfs iets vaker het geval. De ware uiensoep kennen wij alleen van horen zeggen. Die van «plus ou moins gratinée dans l’esprit», ofwel «de soep der slapeloze nachten».

Hier en daar sloft nog een enkele oudere rot rond, die ’s avonds bij Ronette werkte en dezelfde nacht nog, met luttele spaarcentjes in de onderbroek, al liftend in de Parijse «Hallen» eindigde. Om er zijn lippen te branden aan een strikt orthodox brouwsel, waarvan de naam voor een Nederlander alleen met dichtgevroren neus valt uit te spreken.

Alle inwoners van Frankrijk zelf lopen er geheel of gedeeltelijk mee weg.

Behalve Emma Bovary. Ça va seul.