De uivariaties

De uivariaties

Ik kon het nooit kwijt. Aan niemand.

Het is niet sensationeel, noch anderszins opzienbarend, en past vooral niet in de prullenbak der melancholie. Het is wat het is en dat kom je niet veel tegen.

Midden juli 1994. Ik weet dat nog zo goed omdat ik mij voor een enkele keer één geheel voelde in die stad die in twee delen uiteen viel.

In het ver in zee stekende gedeelte heb je de vismarkt. Vol met oesters en zee-egels.

In een droge emmer een eenzame octopus. Daar keek ik naar. In den blinde probeert hij ergens houvast te krijgen. Zijn tentakels tasten vergeefs naar andere tentakels. Zelfs een mensenhand zou hij geaccepteerd hebben.

Een man met grijs vissershaar en veel rond vlees helt naar mij over. Zijn lippen monden uit in mijn oor. «Eppur si muove», zegt hij. Schor? Lachend?

Vol bijbetekenis? Ik weet het niet meer.

Het wordt avond. We lopen door de brede hoofdstraat in de nieuwe stad. ’s Avonds heb je honger, wil je eten. Zitten en drinken.

Niets lokt tot binnengaan. Te veel licht, onnodig lawaai. Overal tv waarop gli azuri de vermetele Brazilianen tegen de schenen schoppen. Ach kijk!

Daar, in een zijstraat een klein en stil terras.

Aangename schemer. En ach kijk! Boven aan de kaart staat dat de baas de wijn zelf heeft gemaakt. Even later is dat goed te verifiëren en daarom is het hier ook zo stil.

Boven het lampje (niet zelf gemaakt) danst een oneven aantal vliegjes. Zij houden wel van zelfgemaakte wijn en laten zich er een voor een in te pletter vallen.

De baas verkoopt zelfgemaakte pizza’s. Alle bekende varianten. Daar is hij weer, de baas. Hij lacht. Een lieve lach die hij voor lieve toeristen heeft bewaard. Moeilijk kiezen. Uit vijftien pizza’s. Vreemd woord eigenlijk: pizza.

De laatste pizza, de onderste pizza, de alleronderste pizza heet pizza Sadam Hussein.

Hoe eindigde Brazilië- Italië die avond ook al weer?