De uivariaties

De uivariaties

«Zo mooi als de vrouw van Lex Metz. Weet iedereen precies wat ik bedoel.» Schijnt Jan Willem Holsbergen eens gezegd te hebben. Wat mij betreft had hij gelijk. Catherine Deneuve kwam enigszins in haar buurt, maar niet helemaal dus. Vanwege de boekenweek. Bij deze.

Wij woonden op dezelfde gracht. Onze gracht. De grote tekenaar Lex Metz en ik. In de straat om de hoek zag ik hem wel eens in het café zitten. Lang geleden. Tegenover de slager die in zijn etalage een hoge glazen stolp had staan. Een cilinder die meer een grote stopfles was. Daarin een blote moot zeehondige materie, zwevend in natuurazijn. Een stoffelijke stomp, zonder kop of staart. Officieel heette het rolpens. En de slager zelf Klinkhamer.

Of was het Karsemeijer?

Waarschijnlijk had deze jonge slager Klinkhamer die alleszins romantische pot geërfd van de oude slager Klinkhamer. «Als je hem op het noorden zet blijft hij eeuwig goed», rochelde het tot een asgrijze paardenmaag verschrompelde vadertje op zijn laatste ziekbed. Zo denken Hollanders, zelfs wanneer ze zelf een schakel zijn in de voedselketen. Ze willen alles goed houden.

Op een onverwacht moment heeft ook de jonge Klinkhamer, die een wat benig gezicht had maar wel een opmerkelijk weelderige slag in zijn haar, het leven aan anderen overgelaten, maar met een beetje geluk staat die rolpens nog steeds bij zijn weduwe thuis. Op het buffet. Geen van de kinderen had er trek in. Nieuwkomers willen nog wel eens schichtig opzij kijken. Legt ze vreedzaam en geduldig uit dat zoiets rolpens heet en dat de mensen daar vroeger geld voor over hadden. Om het te kopen en op te eten. «Zou je niet zeggen, dat je dat in je mond kan stoppen», zeggen die mensen dan. Helemaal gelijk. Het ding dat van zichzelf misschien ooit zo blank als ivoor was, heeft door de troebele vloeistof een vaag zwavelachtige kleur gekregen. De tint van een vroeg twintigste-eeuws houten been, opgebaard in pis. Weet iedereen precies wat ik bedoel.