De uivariaties

De uivariaties

Notities over uienjam (I)

«Zoniet een standbeeld oprichten voor de ui, dan toch een ander goed werk verrichten. Hem een bijzondere eigenschap toekennen. Zonder daar lang over na te denken. Zoals: de ui is moedig. Ook al bestaat die term in de uienwereld zelf niet.

Daar waar mens en ui elkaar tegenkomen kan sprake zijn van moed. Bij de een of de ander. Dit keer is het de ui. De ui die het mes in de ogen heeft gekeken en gehuild. Zelfs wanneer je er geen gebruik van maakt kun je uitgerust zijn met die verworvenheid. Het is moedig dat de ui zich niet heeft verzet tegen het mes. Zou nooit zijn gelukt en alleen maar gezeur geven. Dan had je van een deconfiture kunnen spreken. Terwijl confiture van ui misschien juist de bedoeling was. Daarom is een confiture, we kunnen ook van confit spreken, alleen mogelijk door de verwerking van een dappere ui. Of veel dappere uien. Het hoeven geen waaghalzen te zijn. Een normale dosis kloekheid is al genoeg.

Wellicht zijn mens en ui al ooit met elkaar vergeleken. Door een grappenmaker die om kopij verlegen zat. Te beginnen met de ongeboren mens. In de buik als de ui in de koude grond.

De ui komt ter wereld. Van verbinding met moeder aarde ontdaan. Het mensenkind wordt aanvankelijk nog in de watten gelegd. Zoals de ui gewassen wordt, op maat gesorteerd en ten slotte terechtkomt bij de zorgzame detaillist. Hij is al een heel eind. De mens maakt kennis met de hardvochtige buitenwereld. De ui met de boodschappentas. De mens wapent zich hiertegen. Bij al te harde bejegening neemt hij het niet en slaat terug. De ui is ook geen kleine jongen. Heeft immers allicine in huis. Scherpe voorwerpen wekken zijn wraaklust op. Hij treft de tegenstander daar waar deze het meest kwetsbaar is. In dezelfde ogen die gisteren nog Cézanne doorlieten, vol respect en eeuwigheidsbesef. Nu opeens verstopt en vloeibaar tegelijk. Geprikkeld tot het uiterste. De ui delft tenslotte het onderspit.

Maar vriend mens ook. Al gaat dat wat langzamer.»