De uivariaties

De uivariaties

Notities over uienjam (II)

«De mens moet eerst nog oud worden. Ziet dat als een verdienste. Dan pas mag hij schuldloos voor het raam zitten. Alsof in een glazen pot. Vanuit zijn uit moerasvezels opgetrokken kop braaf naar buiten kijken. Niet meer meedoen. Daar heeft hij die lange weg voor moeten afleggen. De koene ui is een tweede leven beschoren. In overdadig en mild jaargetij keert hij weer als confit. Ook in een pot en als het goed is zit daar een deksel op. Gaat er af en toe af. Zegt iemand: ‹Zullen we even? En daarna naar Cézanne kijken?›

Alhoewel Hemingway schreef dat je Cézanne het best kon bekijken op een lege maag. Maar wie gelooft er nog aan Hemingway? Want zij? Zij lusten er wel confit van. Na de confit.

Vooral bij het maken van zoiets nederigs als de uienjam is het raadzaam bij de hoogste instantie te rade te gaan. In dit geval de spontane Zwitser Fredy Girardet. In het zeer kort: een dikke halve kilogram uien schillen en in ringen snijden. Volledig bedekken met 1 deciliter rode-wijnazijn en voor de rest respectabele rode wijn zelf. Dertig tot veertig minuten zacht koken tot alle vloeistof is geabsorbeerd. Halve liter water toevoegen en nog dertig minuten koken. Waakzaam roeren. Tien minuten voor het eind vijftig gram honing erbij. Plus veertig gram boter. Peper en zout. Smaak indien nodig aanpassen met meer honing. Voor het verwarmde gebruik een scheutje azijn toevoegen.

In een zichzelf niet wegcijferend uimuseum zou zelfs Hemingway niet mogen ontbreken. Met een eigen vitrine, waarin een sandwich. Niet de variant van twee heel of half ontklede heren met in wederzijdse bajonetsluiting daartussen een zorgvuldig uitgeklede dame, maar het gebruikelijk uitgangspunt. Hemingway’s favoriete sandwich bestond uit twee op elkaar gestapelde witte boterhammen, daartussen dik besmeerd met pindakaas en met niets anders belegd dan rauwe uiringen. Om onwelkome schending van de maagwand te voorkomen mogen ze eerst in olijfolie gemarineerd. Daarna als authentieke vervalsing op te dienen.»