De uivariaties

De uivariaties

Ik wil het goed uitleggen. Daarbij in de buurt van poëtische overwegingen belandend mag geen bezwaar zijn. Voor Bambi of elk ander hert of welke wilde viervoeter dan ook, terwijl schepsels met twee of acht of zelfs helemaal geen poten ook niet uitge sloten kunnen worden, is voedsel naamloos. Maar toch lekker.

Uitgerekend wij, wij alweer, beoordelen alles op het etiket.

Degeneratieverschijnsel. Zintuigen brokkelen af en in de geest heerst wildgroei. Voedsel verkrijgen is bijzaak en bijzaken moet je, bij gebrek aan beter, opblazen. Bijzaakjesgestamel is niet van de lucht. «Fort mit Schaden!» Zoals wij op school leerden.

Samen met Tomoya zat ik bij de Dekineta. Te kijken naar de lopende band waarop allerlei lekkers voorbij kwam. Ik had hem uitgenodigd omdat hij een kenner is. Een kenner van bijna tien jaar op de toppen van zijn kennis.

Meestal nam ik wat Tomoya at. Omdat dat het lekkerste is. Deze Dekineta, eerder was hier een gokhal (zie pachinko) gevestigd, was zo ruim en hoog dat welke hoeveelheid klanten dan ook er als smeltende sneeuw vlokken in verdween. In een intense koelte, net niet over de schreef, maar aan onze kant van de Mont Blanc binnenshuis zelden te vinden. Om alles vers te houden. Ook het personeel, dat draadloos communiceerde met de keuken. Zodat zowel sake als mineraalwater springlevend op tafel kwam.

Alles wat zichtbaar was werd hier tot sushi verwerkt. Zelfs het onzichtbare.

Ik verzocht Tomoya ons ook daarmee te laten verwennen. Geen moeite. Op een groen schoteltje, de duurste categorie, lagen twee rolletjes rijst en daarop twee kordate plakjes iets. Gewoon en werkelijk wit. Ik at. Wij aten. Het was bijzonder. Zelfs bijzonder bijzonder. Met wijdopenoogse instemming zag Tomoya mij genieten. Ik vroeg wat het was. Umanokubinoabura. Met hulp van wijze man terzijde hadden we, binnen enkele minuten, een adequate vertaling te pakken. Simpel: rauw paardennekvet. Bijzonder vatbaar. Voor herhaling.