De uivariaties

De uivariaties

Je staat. Of zit of loopt. Halverwege oude krant en lege fles. Blik glijdt langs leptosoom kunstwerk, voet vermijdt illegaal opbollende vloerbedekking. Kokos. Buiten alles in orde. Treinen stoppen op stations of rijden deze voorbij. Onzichtbaarheid daarvan stelt gerust.

Gedachte blaast zichzelf op. Weldra vallend onder vegetatieve hysterie zoals ook aan te treffen in eeuwig zingend bos of soms neuriënde wijngaard. De ui kon lezen. Lezende ui. Lezende eendags ui.

Op zoek naar ultiem leesgeluk voor de ui? Voorschriften uit Catton Grammont of formule namens Elisabeth D.?

Ik: «Wel eens iets van Bartolomeo Sicci onder ogen gehad?» Belachelijke vraagstelling. Jegens ui. Ui knikte daarom niet en sprak wel: «Diens behandeling van de zoetzure kalfsnier is min of meer exemplarisch voor de vraag of…» Moeiteloze aftrap. Ik maakte het afdwaalteken en verdween. Doe alles maar praat er niet over. Maak het niet wereld- of zelfs maar keukenkundig. Of doe niets en praat daar wel over. Portret van de ui. Praten. De sleutel tot onze verhouding. Wie had die uitgevonden? Wie was er begonnen? De ui toch zeker.

Denk alles, maar laat het niet merken. Min of meer mijn portret. Schrijf iets op maar doe het niet. Doe iets maar praat er niet over. Schrijf niets op. Schrijf alles op. Zoals de man in het postkantoor. Het oude postkantoor. Was het bijna half tien: hij schreef het op. Werd het precies half tien: hij schreef weer. Was het op de klok een minuut over half tien: hij schreef opnieuw. Het voorgaande streepte hij door. Ik stond achter hem. In de rij. In het oude postkantoor. Uit zelfbehoud ben ik vergeten hoe het afgelopen is.

Anderszins. Schoon de kalfsnier en werp in zout kokend water. Vijf minuten daarin. Daaruit. Bedekken met hete witte wijn. Uien snijden. Zacht, zeer zacht laten worden in boter en voeg daarbij de in dunne repen gesneden kalfsnier. Zout en peper. Witte wijn ook. Pan sluiten en twintig minuten stoven. Snel op gebakken brood.