De uivariaties

De uivariaties

Ik speel dat ik speel dat ik mijzelf ben. En bloedworst eet. Waaronder spitskool. Zit aan tafel.

De worst is slechts een klein onderdeel van een worst die zo lang als een wurgslang was. Deze slager wil mij geen kortere stukken verkopen. Bovendien alleen maar diep en diep bevroren. Zodat ik, om voor een te overziene toekomst handzame porties in huis te hebben, de worst eerst half moet ontdooien en in stukken snijden en daarna weer invriezen. Dit omslachtige procédé kan leiden tot illegale bacteriële beklimming in de verkeerde richting, van maagwand en ander krochtig binnenwerk, en wie weet wat dan?

Maar zonder deze bloedworst ga ik dood en wie weet wat dan? Daarbij keek de slager mij zowel bij binnenkomst als vertrek zeer scheef aan. Met zijn grote slagersogen.

Maar zou ik op dit moment een boek schrijven, het krijgt de titel September. Het verfrissende jaargetij waarin de kweeperen uit de bomen springen, het eekhoornbrood op z’n mooist gevernist is en de mispels hun eerste licht wulpse plannetjes maken. September, wie heeft er geen gelukkige herinneringen aan?

Het was dan ook vast en zeker in die maand, in het memorabele jaar 1944, dat wij op onze lagere school en als gratis warm kostje uit de gaarkeuken, een bord spitskool voorgezet kregen. Gemengd met een puree waarvan dikke aardappelschillen de hoofdmoot waren.

Alleen ik, natuurlijk alleen ik, had ook nog het geluk daar een op het eerste gezicht wat vreemd bolvormig stukje vlees in aan te treffen. Vlees was meer dan schaars. Het bestond eigenlijk niet, althans in ons deel van de wereld.

Veel later, toen ik begon in te zien hoe de wereld werkelijk in elkaar stak en vooral na het lezen van The Naked and the Dead van Norman Mailer, viel het in een ijzig korte brainwave te determineren als de goed doorstoofde kloot van een in rijp spitskoolveld verongelukte Duitse parachutist. Geboren aan de rand van het 290 miljoen jaar oude Versteinerter Wald, vlak bij de stad die nu weer Chemnitz heet.