De uivariaties

Ten tijde van boterkoek dwaal ik wel eens af naar de oude mijnheer Rimini, maar bij het maken van bladerdeeg denk ik, terwijl een heimelijke traan mijn geestesoog vult — maar dat alleen als het tegelijkertijd uit de goede hoek van Donizetti waait — aan Ahmes. De eerste bescheiden mens ter wereld. Op de groenste oever van de Nijl, zeventienhonderd jaar voor het begin van onze jaartelling. Ahmes was wiskunstenaar. Manhaftig maar onbewezen veronderstel ik dat bij hem de uitvinding van het bladerdeeg begonnen is. Waarbij bemoeienis met de kwadratuur van de cirkel als toegift gezien mag worden.
Het gaat om zijn theorie over de driedeling, die ook bij bladerdeeg zo’n grote rol speelt. Ahmes’ suggestie om de chaos in de breedte uit te rollen, dertien maal in drieën te vouwen en dertien maal respectievelijk opnieuw glad te strijken heeft — uiteindelijk dankzij een opmerkzame bakker in de Hongaarse stad Szeged (zie bij Szegedinertorte) — de definitieve uitvinding van het duizendbladig gebak tot resultaat gehad.
Elkeen die denkt dat Mille feuilles weer zo’n protserige naam is die ze in Parijs aan een boekhandel geven, heeft gelijk en ongelijk. Inderdaad was, en misschien is, er een boekhandel van die naam te vinden in de wijk die Marais wordt genoemd. Waar je al bladerend in Genet ook nog van een succulente Paris-Brest kon happen. En — dit nu voor de zoveelste keer sans blague — goed geahmesiaansd bladerdeeg kan heel wel tussen de 1458 tot 3645 «feuille» laagjes bevatten.
Maar hoe noemen ze nu in de U.S. zo’n brok bladergezwel? Een Napoleon. Want daar is alles anders. Get the picture?
Waarom was Ahmes zo bescheiden? Omdat hij zijn papyrus van het bijschrift voorzag dat hij het allemaal van horen zeggen had. Daar haal ik het niet bij.
Ik, die niet eens weet hoe anderen respectievelijk schrijven. In het hoog-Alexandrijns.