De uivariaties

De uivariaties

Het waren twee wel heel verschillende opmerkingen. Allebei bleven ze hangen. De eerste klonk door een pas geopend restaurant. Blijkens de naam had op zijn minst hun ijdelheid de top al bereikt. «Summum», noemden ze zich.

Het begon alles correct, eerlijk is eerlijk. Naarmate de avond echter vorderde, begonnen de vrolijke boys zich te vervelen. Amateurs. Want een echte ober maakt daar wat van. Je moest ze uit hun kwakkelig samenzijn losscheuren om nog iets op je bord te krijgen. De kaas kwam. Daar proef je van, dat is normaal wanneer je zit te eten, en dan hoort er een golf van instemming door je heen te kabbelen. Bleef uit. Binnen in mij keken de receptieve accessoires elkaar aan en vroegen zich onthutst af of ze in een lang niet aangesproken keukenkastje verzeild waren geraakt.

Trek je zo'n jongmens aan zijn jasje en vraagt om uitleg. Die kwam: «Ja, dat klopt. Een goede Stilton hoort naar ammonia te smaken!» Maar daar denk ik ook weer niet dagelijks aan terug. Al dook het wel op toen iemand in The Financial Times een acceptabele selderij- en Stiltonsoep memoreerde. En waar goed wordt gememoreerd, ben ik de beroerdste niet.

Een welvarende selderijknol was snel van zijn bast ontdaan en in brokken gaargekookt. Water weg en in de elektrische machine tot moes geroteerd. Stuk Stilton naar smaak meegemalen, dat is alles. Behalve zout en peper. Hoewel verdunning noodzakelijk blijft. Dat kan, al naar incasseringsvermogen, met room of melk. Voorzichtig opnieuw verhitten en de witwitterwitste soep staat klaar. Wij noemen hem sindsdien Quenbysoep omdat Stilton eigenlijk uit het oord Quenby komt, maar wie weet dat nog? Wij wel.

Nu die tweede opmerking. Volgens zeggen afkomstig van een (liever) anoniem historicus. Wat zei hij? «A good Stilton should smell like a healthy asshole.»

Over summum gesproken.