De uivariaties

De uivariaties

Het was half vier ’s middags in oktober.

Ik trok de stoel achteruit, nam plaats en lichtte meteen weer het achterwerk. Op hetzelfde moment dat mijn handen naast en achter mij het zitmeubel weer naar voren schoven. Daarbij overwegende dat niet alleen de beste standpunten omstreden de geschiedenis ingaan. Neem slechts de bewering van Alice B. Toklas, die met beide wangen vol uitbrabbelde dat ze bij het nuttigen van lekkere spijzen allesbehalve behoefte had aan een mooi uitzicht.

Toklas leed, zoals er meer zijn, aan omgekeerd evenredig werkelijkheidsbesef. Wel degelijk wordt de brug over de O.Z. Voorburgwal, gezien in de richting van de Damstraat, mooier en mooier naarmate je je langer aan de aanwezigheid van de Sien Dai Chi Cheung Fal en de brug zelf overgeeft.

Eveneens was het zelden mogelijk om zonder enig lichaamsdeel te verrekken en tegelijkertijd kauwend op voorbeeldig gestoomde Si Tjap Tjing Yoek Pai een zo geciseleerd beeld van de passerende mens en zijn varianten op het nederig netvlies te krijgen.

Waarbij de Suut Choi Foh Ngap Kau slechts sporadisch beter smaakte en boven de Pat Bo Loh Mai Kai nooit eerder een dergelijk teer vijfspecerijerig aroma zweefde.

Terwijl daarbij vanaf het papieren tafeldek ons ook nog eens de Lohan Tjaai Cheung en de Keung Chong Soi Khau toelachten.

Dat moest ook nog op. Voordat de natuurazijngele zon verdween achter het pand diagonaal hier tegenover. Ooit een gezegende en diep betreurde tapperij, tijdens de wandeling bekend als «Ome Harry». Café der cafés, maar zonder urinoir. Was Harry je goed gezind, mocht je het in de kelder doen. In de volle emmer die hij zelf ook benutte en die hij vlak na sluitingstijd met een gulle stroboscopische zwaai leegde in het donkere water van de doodstille, wijdbeense Voorburgwal. Milieuverrijking van de eerste orde, een stuk rustgevender dan het later zo in zwang geraakte tegendeel.