De uivariaties

De uivariaties

Precies bij het begin van het tweede deel van het Brandenburgs concert nr. 2 was Ludovic met zijn goede been uit bed gestapt. Hij had gedroomd — eigenlijk niet gedroomd maar alleen liggen denken — van de filet mignon.

Zoals hij die gisteren had geserveerd. Aan de demi-pensiongasten. Hij zag de zijdeglans van de romige tijmsaus, de kleine gesouffleerde aardappelen en de boterzachte haricots verts nog voor zich. Een volmaakte avond, zoals elke avond. De glazen deuren naar de stille, weidse tuin opengeschoven en in het halfduister af en toe een kwakende kikker. Een tevreden kikker, zoals op dit tijdstip iedereen binnen en buiten de stemmige salon tevreden was.

Inmiddels, een etmaal later, zaten ze van de duivelse rascasse te genieten. Op de huid gebakken en roestvrij van tint. Hij naderde de tafel waar zijn zwijgzame Hollandse klant zat. «C'est terminé?» vroeg hij. Voor de vorm. Ook als het bord helemaal leeg was. Voldaan gezicht en kruimel aan de kin zeiden hem genoeg. «Un petit dessert?» Onder de gevoileerde klanken van Johnny Hodges zou hij daarna de charlotte aux figues aandragen, zoals hij gisteren op het weemoedige geluid van Johnny Hodges de bavarois à la menthe op tafel had gezet.

«J'ai un petit secret pour vous.» Op het laatste moment had de grote vent zich half omgedraaid en dat gezegd. Ludovic wist niet wat hem overkwam.

Zelden werd de gast zo intiem dat er een geheimpje op overschoot. Hij voelde — hopeloos kort — een huivering door zijn rokkostuum klotsen. Dat kon niet waar zijn!

Rustig keek de man hem aan en opende zijn mond. Ludovic zag dat er haren uit zijn oren groeiden. Begeerte overwint alles. Het was echt Frans, maar in die volgorde had hij het nog nooit gehoord: «Le poisson était horrible!»

De nagalm hing nog lang in de lucht. Alsof Marie-Claire Alain langs was geweest. bwv 639 alweer onder haar arm.