De uivariaties

De uivariaties

Brief onder een leeg bord gevonden.

«In dit deel van het land, het bijna zuidigste zuiden, spreken de mensen anders dan in het noorden. Alhoewel ze de vloeiende hoogteverschillen van de taal handhaven nemen ze met zo weinig mogelijk contrast genoegen. Vandaar dat je niet het overbodige gevoel ervaart in een sprekende film rond te lopen. Prettig ook dat ze niet te hard praten, het volume stijgt zelden boven de te overbruggen afstand van anderhalve meter uit. Schelle uitroepen worden vermeden en nutteloze toevoegingen zijn uit den boze.

Spaarzaam in hun mededelingen zijn ze echter allerminst. Ook niet tegen vreemden. Zonder enige inleiding of gericht verzoek om aandacht hoor je opeens een paar woorden, een afgepaste zin, of een volledige paragraaf op welluidende manier je oorschelp passeren. Als was het logisch vervolg van een eerder begonnen conversatie, even onopvallend.

Zelfs opschriften op muren worden op schuchtere wijze geuit. Dun en mager staat daar Cinema Radium. Vlak ervoor een oude man. Hij fluistert dat alles wat ik om mij heen zie van hem is, alle huizen en alle muren. Hij draait zijn hoofd naar links en naar rechts en zijn geschilferde stem tast de stenen af. Elk detail van zijn lichaam en kleding straalt geloofwaardigheid uit. Alles is van hem.

Ik huiver, het is best mogelijk. Wat weet ik van de zeden van bezit en anderszins, in andermans land. Neem die duistere groentewinkel. Ik ontmoet daar uien die tot de taille in het paars zijn gedoopt, vijgen zo groot als bokshandschoenen, watermeloenen die bol staan als zwangere vrouwen.

Ik kom er vreemde aardnoten tegen. Wil ze op rijpheid of weet ik wat inspecteren. Ik knijp erin en vocht spat in het rond. Levende, maar in dit jaargetijde slapende aardslakken zijn het: moniceddri is de lokale benaming. Zelden zijn moniceddri zo ongehoord wakker geworden.»