De uivariaties

Het weer. Het weer is het weer van sommige mensen. Er hangt een magere maar zoete bries boven het decor. Voor wie zijn neus juist dan gebruikt wanneer het niet nodig is wappert af en toe een vleugje goochelarend of kantjil deze kant op. De kleine, aanvankelijk zo confuse vogel herstelt zich snel en maakt sereen oogcontact. Verdere plannen hebben we nog niet. Ik ken dat vogeltje wel. Wijlen de poes kwam er soms mee aanzetten. Vooral wanneer ik zelf vredig lag te ontbijten. «Anstatt ossenworst », spinde hij dan in vleierig terzijde. Ware het een verdwaald Frans toeristje zou hij duidelijk «Et tu Brute?» lispelen, op dit moment waarop ik mijzelf ondanks zijn smaakvol toekijken een volgende bete confit tussen de tanden frommel. Om nog een beetje een goedwillende indruk te maken prop ik daar een halve schelf rucola achteraan. Mijn familie kende dat onkruid niet. Inmiddels kun je tegen betaling op elke straathoek een rucolaverwurging oplopen. Waarin een klein land groot kan zijn. Terug naar onze passereau. Daar ging het over. De vogel begreep dat hij er op die manier niet vanaf kwam. Of hij er over had nagedacht was niet te zien maar en tout cas, om met een andere vogel te spreken, greep hij van het begeleidende bord vol driehoeken brood van verschillende kleur, de allergrootste daarvan in zijn geëdelsmede snavel en maakte zich ermee uit de voeten. Kwam niet verder dan iets voorbij de trottoirrand. Daar legde hij neer en keek ernaar. Op zijn ongekousde spillepootjes. Als de oude Ossip Z. naar een kubieke meter vers marmer. De op het oog vrijwel gelijkzijdige driehoek van gebakken meel stond recht overeind. Al heel conceptueel op zichzelf. Wat viel hier nog meer te verwachten?