Zelfs een regenworm

De uivariaties

De onbestendigheid van bloedworst wordt opgeheven door er appel naast te eten. Overal, vanaf het topje van de Tour d’Argent in de blauwe lucht van Parijs, tot op de vloer van de meest sjofele Bretonse bijkeuken.


Metafysisch overgeleverde gewoonte, logica, chemisch evenwicht of slaafse horigheid aan antieke frats. Zwaarmoedigen of zij die daar graag voor aangezien willen worden meesmuilen vanachter de Haarlemse bode ook wel dat het alles gebrek aan phantasie is. Een ingewikkelde stellingname die duidt op een teveel van dat sterrenstof.


Buiten intussen bitsen de kraaien hun aftandse beat en is de eerste merel van het jaar, die nog les heeft gehad van Hoagy Carmichael, alweer oude koek. Wel komt daar een puddingvormige wolk aandrijven.


Ik heb het. Stel je duikt, om het even met wie, restaurant Corduwener in. Kun je zelfs een regenworm in voorzichtige extase brengen door te zeggen: ‘Weet je wat hier heel lekker is? De kraaienbloedworst met spitskool in bladerdeeg.’ Verkocht. Als het maar in bladerdeeg zit. Zo doen ze dat in het restaurantwezen. Bedacht ik op mijn hellend bospad. Het uitzicht is hier trouwens prachtig. Overal bloedworst. Baantje glijdend op matras van dennennaalden sjeest een koppeltje wilde zwijnen voorbij. Vol bloedworst.


Ook heel attractief. Maar waarom bladerdeeg? Deeg der degen.


Omdat het niet alles worst is. Waar vel om zit. Volgt recept voor bloedpudding. Helemaal uit Noorwegen.


Halve liter water en halve liter melk in de pan. Vijf eetlepels suiker, halve theelepel gemberpoeder, halve theelepel gemalen kruidnagel en theelepel zout toevoegen. Daarin een kop rijst en een halve kop parelgort koken tot de inhoud van de pan zich begint te verdikken. Liter vers (willekeurig) bloed erbij, dat voorzien is van een eetlepel vers geroosterde broodkruimels en van tevoren klontloos is geklopt. Kleine ingevette bakvormen hiermee vullen en in heet water in de hete oven plaatsen. Twee uur lang. Tenslotte boter en poedersuiker erop. Als fijnste verfijning. Dat moet toch niet al te moeilijk zijn.