Een rijpe schets

De uivariaties

Het is een mooie tekening van een kind, en al is Carel de Timmerman al 346 jaar niet meer beschikbaar, hij had er vast en zeker zijn goedkeuring aan gehecht.


Verheugen we ons verder in de afdaling, omdat aan het eind van die alfabetisch gestroomlijnde route die ten behoeve van de visueel eenvoudigen voor het gemak de zigzagbeweging aanhangt, daar de alles en altijd verstrooiing brengende ui wacht. Echter. Er is geen naar beneden zonder een naar boven. Zelfs met een vermeende finale in zicht is de richting die ‘naar beneden’ heet, vermoeiender dan naar boven. Dan denk je als eerste aan voeten. Daarmee te beginnen. Als idee niet kwaad. Een goedmoedig verhaal over voeten zet niemand op het verkeerde spoor.


Zoals het tot nu toe onaangeraakte onderwerp der slaapwandelaarsvoeten, en wie heeft er niet ooit verhit naar eigen voeten gekeken. Bij afwezigheid van ander lustobject.


Iemand die omlaag kijkt is geneigd zijn blik te laten dwalen. Meer in het bijzonder afdwalen. Een woord dat vaker een slaperige intonatie meekrijgt.


Waarom ik eens, in het morose ochtendlicht en zo omlaag kijkend als maar mogelijk, een rijpe schets voor een fraai gedenkteken zag liggen. Al ligt dit voor de hand, ditmaal was het niet voor een paar onbekende slaapwandelaarsvoeten. De schepper, al was ik het zelf, de ingenieur die zoveel moois en zachts had veroorzaakt, was nog verder gegaan. Te ver, zou de oprechte monumentenkenner waarschijnlijk zeggen.


Tijdens het bekijken van die eerste plastische schets had ik mijzelf nog snel ingefluisterd dat ik een monument op wilde richten voor de onmogelijkheid. Toch altijd een factor, om niet te zeggen een mastbos van factoren, die de koele doolhof vormen tot welks verblijf onze energie veroordeeld is. Misschien druk ik mij hier iets te gepavoiseerd uit, maar juist zo dichtbij en rondom dit nederige monument is genoeg plaats om even uit de pas te lopen.


Vooraleerst een ogenblik stil te staan bij de ongebouwde reuzenstofzuiger, de nooit op gewenste grootte geziene ruitenwisser, maar de wel tot absolute grootheid gebrachte asbak met zijn eigenste peuken.