De uivariaties

De uivariaties

Bij mijn eerste bezoek aan het alom gevierde restaurant vond ik het, overigens als enige, vervelend dat de druiven die de sole Véronique haar status moesten geven, een ingeblikt verleden uitstraalden.

De laatste keer dat ik er was, merkte ik dat er geen slechtere relatie mogelijk is dan tussen een uitgeklede sint-jakobsschelp en een mottig dekbedje van belegen Goudse uit de fabriek.

Ik zou wel eens terug willen maar kan het niet meer. De joyeuze mengeling van spontane alleseters, goedkope grondstoffen en modieuze aspiratie van de eigenaar is de zoveelste trekpleister die ik aan mij voorbij laat gaan.

Want ikzelf ben het, die oudbakken en onverteerbaar is geworden.

Inclusief mijn menselijk behang. Iedereen zit tegenwoordig vol met het allerlekkerste eten, de kennis daaromtrent als verbaal vergulde uitwerpselen om zich heen katapulterend. Laat zich, op last van usurpator Gastro de zoveelste, willoos naar het offerblok leiden.

Ouderdom maakt kieskeurig. Dat is het.

Ik weet precies waar het fout is gegaan. Ik was jong en had een vriend. Niet alleen het hart op de juiste plaats, hij was hart all over the place. Van binnen en van buiten. Hij had ook een restaurant. Met een bubbelbad vol kreeftengespuis. Elastiek om hun tenen en wasknijpers op de neus. Dat was het enige waar we af moesten blijven. Voor de rest konden we bestellen wat we wilden. En opeten ook.

De obers hielden het midden tussen beginselvaste huzaren en losbandige heilssoldaten. De kok zelf was ook geen ongezellige peer. Een hippe vogel, in his own right. Nauwelijks vanuit het perpendiculaire in de restauratieve zitstand gevouwen, begon het met piramides van pinnige cromesquis en ratelde het daarna al snel van veel meiraapjespuree en maatjes Baron de L. Regelmatig steeg er de stemming en het peil liet niet na navenant te zakken. Tot in een vorige eeuw aan toe.

Ik hoop dat ik voldoende onduidelijk ben.