De uivariaties

De uivariaties

In de tijd dat de wijngaardslakken nog als zoute drop over de toonbank gingen, was La Cacerola, in de Weteringstraat, toch wel het leukste restaurant dat de hoofdstad had te bieden.

Ook daar slakken, misschien wel uit blik, en daarna opgeslagen in overmaatse huizen van eerder gesneuvelde slakken, waar een overkill aan knoflook, boter en peterselie bij ging. In die schuldeloze jaren stonden slakken gelijk aan wat ze nu kreeft, foie gras en truffel noemen. Hadden we nog niet eens van gehoord.

Ik had altijd wel plezier met mijn slakken daar. Waren ze op, goot ik één voor één de lege slakkenhuizen vol rode wijn (veel smaakvol puin kwam bovendrijven), en dronk ze tot op hun bodempje leeg. Daarbij uitkraaiend dat dit een verloren gegane joodse gewoonte was. Wisten ze veel.

Slakken zijn verdwenen uit het buitenissig pakket der Fressalien, zoals Daniel Spoerri dat zo sappig uitdrukt (overigens wel een bestaand woord). Misschien hier en daar in Middelburg alweer terug, want daar hebben ze altijd tegelijk zowel achter als voor gelopen.

Met meloen en ham zit het een beetje net zo.

Wanneer je in een restaurant komt waar je jezelf graag gezien ziet worden, en stel je zou meloen met ham bestellen, denken ze dat je een dagje vrij bent uit Meerenberg. De gevoelige kok van dit moment, de cuisine cryptique aanhangend, heeft weinig met meloen an sich. Wordt pas wakker als hij op zijn minst drie verschillende meloenen mag fijntrappen, onverantwoord blootstellen aan anijs- of ijzerkruidpest en aan tafel galvaniseren met overjarige karamel.

Ik, ik doe zo nu en dan de overgordijnen open. Neem mijn dagelijkse hapje ecdysone, terwijl ik een volle hand van de minst melaatse parmaham in de meloen to end all meloenen prop.

Zet er een emmertje absint naast en met de neusgaten richting noordnoordwest geef ik mij daaraan over. Daarna gaan de gordijnen weer dicht.