De uivariaties

De uivariaties

Je moet er beter van worden of dat gerief aan anderen gunnen. Als je een rauwe duif in de pan laat zakken of een Duitse krant leest.

Waarin stond dat er in het jaar 1855 bij een delicatessenhandel in New York achttienduizend duiven over de toonbank gingen. Levenloos. Het viel op dat in de dierentuin van Cincinnatti in 1914 nog slechts één van deze soort het nakijken had. Martha, oud en breekbaar duivenmeisje. Ze was een trekduif. Passenger pigeon in het Engels.

Ik won informatie in. En zie, maar vraag niet hoe, ze kwamen uit Europa. Zo goed ging het ze dat ze in Amerika uitgroeiden tot de talrijkste vogelsoort die ooit boven de wereld vloog. In 1813 werd in Kentucky opgetekend dat een enkele zwerm van twaalf uur ’s middags tot zonsondergang het zonlicht tegenhield. De volgende dag en de dag daarna vond eenzelfde natuurverschijnsel plaats. Dat zat die Amerikanen niet lekker.

Duiven moeten ook eten, en maken daar iets heel smerigs van. Wie een andere mening daarover heeft, nam ik al nooit serieus.

In 1870 waren er heel wat minder. Cincinnatti kon in dat jaar nog bogen op een vlucht die slechts anderhalve kilometer breed was, maar wel vijfhonderd kilometer lang. Het jagende volksdeel stond paraat.

Geen dier kreeg zo op zijn kop als die arme duif. In 1896, het wordt spannend, kwam in Ohio het laatste kwart miljoen bij elkaar. Gelukkig was de telefoon inmiddels uitgevonden en weinig rinkelen was voldoende om een paar dagen later van «240,000 dead in Ohio» te spreken.

Dan komt er ten slotte zo'n vrolijk Amerikaans kereltje opduiken. Op een mooie dag, de 24ste maart. Nog steeds in Ohio. Precies 1900. Jongetje heeft jongetjesshotgun bij zich. Weg was de laatste wilde passagier.

Martha, in haar veilige kooi, hield het nog veertien jaar vol. Werd 29 jaar oud. ’s Nachts om één uur, 1 september, vloog zij haar paradijs binnen. Was er nog iets anders te herdenken op die datum?