De uivariaties

De uivariaties

Op de eerste oorlogsdag at ik Italiaans. Ter hoogte van de dertiende etage.

Als voorgerecht carpaccio. Van vis. Op de kaart ook nog fish of white meat genoemd. Vittore zelf zou daarmee niet zijn weggekomen. Maar eten is al te vreemd voor woorden. En daarenboven psychosomatisch genoeg.

Vanuit de muur het geluid van gebakken maïzena. Mooie stem. Behalve dat de kelnersbaas opvallend aan Max K. deed denken (altijd goed voor een vrolijke lach, vooral wanneer hij iets droevigs te berde brengt), kwam hij nog uit de oude dienstbare doos. Vanaf mijn zitplaats had ik uitzicht op de doorweekte bovenkant van geheel Roppongi. Oorspronkelijk betekent dat zes bomen. Ze zeggen dat het de oudste postkoetshalte ter wereld was. Nu is het een minder stijlvol kwartier van het onmetelijke Tokio.

Witte carpaccio. Toch weer wat anders dan rode, en de tenor plamuurde maar door. De olijfolie op deze «tai dorata» behoorde tot de allerbeste.

Pseudo-Max en ik spraken Japans en Italiaans door elkaar. Hij om te laten horen wat hij beheerste en ik om wat ik niet wist. Ik dronk een glas witte huiswijn. Uit misplaatste matigheid. Vino da tavola van restaurant Sabattini zelf en het kon weer niet beter. Af en toe tarantelleerde de maître ietwat dichterbij en overgoot alles opnieuw en gratis met witte wijn. «Servizio», zei hij daarbij steels.

Ik probeerde mijn «domo arigato gozaimasu» even welwillend te laten klinken. Maar achter alles komt een «op». En voor enkele momenten dacht ik aan de ernstige bergruggen van Afghanistan. Daar waren de penne arrabiata. Ik dronk nog steeds witte wijn. Gulle overmacht brak zowel regels als voorkeur.

Vergat ik het tenue te memoreren. Ik droeg het hemd dat eens wit was, maar nu egaal Chardonnay. Een mens alleen hoort er tenslotte tweemaal zo netjes uit te zien als het met iemand anders verdunde soort. Daarbij was de avond nog niet afgelopen.