De uivariaties

De uivariaties

Voorkeur en tolerantie in betrekking tot voedingsstoffen zijn overdraagbaar.

«Zit ons in het bloed», zei de Hollander en had het dan over zijn niet aflatende trek in jenever en puddingtompoes en immer sluimerende afschuw van schapenhersens en geitenkloot. Naarmate de gewone man zich een bijzondere vent ging voelen, bezag hij eigen bloed iets betrekkelijker en verdunde het regelmatig met landwijn en kreupel stokbrood. Ook dat is veelal achter de rug.

Tegenwoordig kun je alles eten. Het kan niet uitheems genoeg zijn of het krijgt voet aan de grond. Iedereen, behalve de «uitwonende mobiele mens» (citaat Het klokhuis), kan opeens alles betalen. De echtpaartjes die samen een leuk eethuis zijn begonnen kregen dat als eerste door. Puntjes van tournedos en rolletjes van zalm vlogen over de plavuizen alsof het confetti was. Nederlander was opeens fijnvraat en veelproever geworden. Kwiezien patjepee geboren. We noemen haar Hoogstandje. Na eetechtpaartje kwam drinkindividu. Omdat alleen nogal ongelukkig drinken is, en je om veel wijn te rechtvaardigen er veel over moet lullen, zocht hij er individu bij. Twee individuen is groepje. Mee uitkijken. Groepjes doen ook aan restaurant beginnen.

Het was warm. De dure wijn was ook warm. Buiten was het al twee weken warm.

De oesters kwamen en waren een beetje warm. In ieder geval niet koud. De dienster oogde koel maar was warm. De oesters smaakten anders dan anders. De salade kwam. Groene salade. Bruine randjes omdat het warm was. De dienster zei dat de koksmaat ziek was. Ik vertelde haar dat warme oesters smaken alsof ze niet goed meer zijn. Zeg dat maar tegen de baas, als hij langskomt, zei ik. Zij zei, dat de baas er best wel was en aan de bar zat. Ik zag hem ook. Individu aan zijn eigen bar dure wijn drinkend. Hij wist het natuurlijk niet, van die bruine sla en warme oesters en dat soort dingen. Daar ging hij als individu niet over. We hoefden niet te betalen, al waren wij daar gek genoeg niet op uit.