De uivariaties

De uivariaties

Iets te veel last van duizelige voeten. Zei hij. Mooi gezegd. Maar hij is dan ook duidelijk een groot schrijver. In de ranzige drukte die veel nieuwjaarsrecepties zo intiem maakt, en vooral door de laag bij de grond hangende schemer, waren elkeens voeten niet te zien. Waarom ik mijn kijkdrang naar zijn hoofd verplaatste. Voor iets minder dan de helft begroeid met exclusief Sardijns koolgewas. Althans naar de vorm gemeten.

In mij ontwaakte een oude apotheker. Wanneer heb je voor het laatst erwtensoep gegeten, vroeg ik op de man af. Hij nam de nadenkhouding aan. Ogen ten hemel, waar zelfs het plafond van Cuypers geen uitkomst bood. Ik zie het al, sprak ik prijzend. Precies genoeg erwtensoep in jouw leven.

Heerlijk om alles te weten. En weet ik net niet alles niet, ik doe alsof. De neef van de apotheker, een simpele autodidact, had nauwelijks een week geleden ontdekt dat wij en wij allemaal steeds onduizeliger, maar wel dubbel vervelend werden door een teveel aan erwtensoep.

Waarin te veel selderij. Het komt zo: van huis uit waren wij eens een spiritueel en duizelig volk. Om lichte overduizeling tegen te gaan nam je, maar alleen indien overduidelijk noodzakelijk, een kom snert. Bij zuidwesterstorm, op de ijsbaan van Holysloot, in kraaiennest van onwillige driemaster en soms zelfs op eigen matras, bij het perfec tioneren van wat in de geslachtelijke omgang «de Turkse kruiwagen» wordt genoemd. Het zit allemaal in die selderij. En in onorthodoxe snert is selderij in soms al te veel gedaanten doorheen gevlogen. Boeket van blaadjes, ampel geamputeerde knolscherf of de stevige achterpoten van de selderijbleekstruik. Behalve blijkbaar bij deze rondlopende auteur, op zijn draaierige voeten.

Je moet het van je af schrijven, raadde ik hem aan. Onmiddellijk verliet hij de blijde ontvangst. Ik ging rustig door de schaal Haagse leverworst leeg te eten. Al werkt dat bijverschijnselen van pedantpest in de hand.