De uivariaties

De uivariaties

Na een week stond hij op, de andere man van het grasveld. Definitief en zonder aanloop. Op weg naar de keuken zuchtte hij blij dat hij voorbereidingen ging treffen voor het avondmaal. Voor mij ook het moment om de knieën te heffen. Vruchtbaar zitten vervangen door vruchtbaar lopen. Naar een schamele deur, althans de voorkant daarvan. Die ik al een poosje in de gaten hield. Vlak voor de drempel, of achter de drempel, trof ik een ingewikkeld pluisje aan. Dode zevenslaper. Hoe verplaats je zoiets in de richting van ansjovis en tomaat? Mijn besluiteloosheid trok de aandacht en in geen tijd stonden alle, op dat moment beschikbare, schoenpunten in een halve cirkel en wezen samen in de richting van de zevenslaper. Stilte. Ik begon maar over abrikozen. Zevenslapers zijn dol op abrikozen. Sterven daar zelfs voor. De gastvrouw viel in. Dit moest de slaper zijn die haar potje zelfverfomfaaide jam van abrikozen had gestolen, dat wist ze zeker. Het zevende misschien wel. «C’est la vie», probeerde ik nog. Kadavertje van oneindig slapende muis zei ook niet nee. Maar had het wel over leeg eten alleen. Potje stelen, ho maar! In de nabije verte naderde mevrouw Peutain.

Met vers geplukte mirabellen in haar handen. De losgeslagen jonge hond Judith walste om haar heen. Kijk, de man uit de keuken was ook weer terug.

Geen ansjovis in huis.

Toen aten we de op de markt in Buxy gekochte kip. Bij het op haar eigen kip gelijkende vrouwtje. Even wit als taptemelk, en rook van huis uit naar zuigeling. Zag er zelfs uit als helse baby. In het vuur ermee! Maar eerst de hout oven nog aan en keel plaveien met crèmant de crèmant. Van uitstel kwam geen afstel. Maar dat wisten we toen nog niet. Wel bleven we nog lang in het snel krioelende duister op het langzaam nat wordend gras zitten. Keken naar de ritmisch fluorescerende ansjovisjes die ver boven ons voorbij vlogen.

Tussen de lichtgevende tomaten door.