De uivariaties

De uivariaties

Op het brede bankstel van de ingewanden

Voor het vlezige venster van de geest

Schreef Lucebert. Ik kan mij een zeer koude wandeling herinneren. In 1947.

December. In de buurt van Gronau (dacht ik), maar in ieder geval als eindbestemming Losser. Door vlakke eindeloze heidevelden, waar hier en daar restanten sneeuw oplichtten en (achteraf althans) een strenge en doffe geur hing. Wij, een hele Amsterdamse zesde klas, waren het experiment van een hogere ambtenaar van onderwijs en brachten twee maanden door in een internaat, in het onontgonnen Twente. Iemand, een soort groepsleider van katholieke huize, probeerde de eentonige tocht te verluchten door de inhoud van een pas geziene film na te vertellen. «Het lied van Bernadette». Mijn nauwelijks elfjarige hersenpan had het er danig moeilijk mee, al begreep ik dat je overal wat van kon meepikken. Aan de oorlog overgehouden. Ik verbleef tenslotte ook aan de rand van het kleuterverzet. Daarom hield ik mijn oren goed open, ondanks de kou. Een indrukwekkend relaas, maar er ging mij geen licht op. Behalve dat er een wonder was gebeurd, tijdens mooie muziek.

De volgende dag kregen wij gort voor het middagmaal. Evenmin als met enig opperwezen was ik daarmee grootgebracht. Iedereen had de eetzaal al verlaten, behalve ik. Heel veel gort op mijn bord. Er zat weinig anders op dan alle zakken van mijn blauwe ketelpak, dat wij droegen tijdens het plaggensteken en aardappelpitten, daarmee te vullen. Het vervolgens op een geheime plek buiten uit te storten, en zo verder te leven. Met het mysterie van Bernadette Soubirous en een onvervangbare afschuw van gort. De omgeving daar was echter heel mooi. Denk aan de okergele steile oevers van de onberekenbare Dinkel en, iets dichterbij, de zoute schemer en gekreukelde geluiden onder de struiken van de jeneverbes. Waar het wemelde van nieuwsgierige en buitengewone meisjes uit de Uilenburger- of Binnenbantammerstraat.

Revolutionair mooier is het later nooit geworden. Allemaal de schuld van gort.