De ultieme nederlaag

Een jaar geleden bestond Kosovo voor 90 procent uit etnische Albanezen. Na de zuivering door Servische troepen was dat zo'n 40 procent en nu is dat meer dan 95 procent omdat het grootste deel van de Servische bevolking is gevlucht of verjaagd. Dat laatste is tragisch, afkeurenswaardig ook, maar het is belangrijker dat het grootste onrecht hersteld is. Uiteindelijk waren de Serviërs begonnen en hadden zij zich schuldig gemaakt aan de gruwelijkste misdaden. De afgelopen jaren moet de Balkan stukje bij beetje onze hoofden zijn binnengeslopen want de bovenstaande redenering is de norm geworden in Nederlandse media. De strijd die de Navo voerde tegen Joegoslavië was in zekere zin een strijd tegen het benepen nationalisme dat momenteel hoogtij viert op de Balkan, maar juist dat verstikkende denken is regelmatig terug te vinden bij westerse opinieleiders.

Het gelaten aanvaarden van misdaden tegen Serviërs hoort bij een mentaliteit, zo ingesleten op de Balkan, waarbij het lijden van een etnische groep een argument is om een bepaald recht of gelijk aan te tonen. Lijden geeft recht op grond, en op wraak. Nationalisten op de Balkan zijn dan ook voortdurend in de weer om het lijden van de eigen groep breed uit te meten. Belangrijk in die bizarre strijd om het grootste leed zijn cijfers (een miljoen verjaagde Albanezen geeft meer recht dan 150.000 ontheemde Serviërs), woorden (‘genocide’ en 'fascisme’ behoren tot de meest versleten woorden op de Balkan) en geschiedenis Vergoten bloed van eeuwen terug geeft nog steeds recht).
De domheid van dat soort logica kan iedereen herkennen in claims die zich baseren op een slag uit 1389. Maar ook in Nederland is flink getwist over de vraag of het grote lijden van een miljoen Kosovaren het mindere lijden van tien miljoen Serviërs rechtvaardigde en over de vraag of het woord 'genocide’ toepasbaar was op Kosovo. Enkele commentatoren gingen zich zelfs te buiten aan de 'historische’ claim door erop te wijzen dat de Serviërs in de Tweede Wereldoorlog goed waren en de Kroaten en Albanese Kosovaren fout. Navo-bevelhebber Clark meende dat door de zuiveringen de Serviërs hun 'recht’ op Kosovo hadden verspeeld en de Albanezen het verdiend.
Veel westerse publicisten en politici lijken zich niet meer los te kunnen maken van het denken over voormalig Joegoslavië langs lijnen van etniciteit waardoor hun denken analoog wordt aan dat van rabiate nationalisten op de Balkan. Hoe erg het mis kan gaan toonde Thomas Friedman, wellicht de meest geciteerde commentator ter wereld. Tijdens de Navo-bombardementen pleitte hij in de New York Times voor een 'genadeloze’ oorlog: 'Of we het leuk vinden of niet, we zijn in oorlog met de Servische natie (de Serviërs denken dat in ieder geval) en de inzet moet duidelijk zijn. Voor elke week waarin jullie Kosovo plunderen, zetten we jullie land een decennium terug door het te verpulveren. Jullie willen 1950? Maken we het 1950. Jullie willen 1389? Maken we het 1389.’
De onverzettelijke achterlijkheid is om koud van te worden. De Serviërs zien ons als hun vijand; dus we zijn het; dus ze mogen allemaal tiendubbel boeten voor Servische misdaden. Díe mentaliteit is de ware vijand in Joegoslavië, en in ons eigen denken over de Balkan.
Juist daarom is het zo pijnlijk dat de Navo vervalt in blinde vijandschap met al het Servische. In Kosovo wordt, net als destijds in Bosnië, een politiek stelsel opgezet waarin voormalige vijanden gedwongen worden samen te werken en een toekomst te bouwen binnen strakke grenzen van mensenrechten en geweldloosheid. Zelf brengt de Navo die moeilijke samenwerking echter niet op, want toenadering tot Joegoslavië en wederopbouw van de regionale economie lijkt onmogelijk voordat Milosevic, de Servische Satan, verdwenen is. Maar evenals in Bosnië en Kosovo kan het Westen in Joegoslavië, waar de gemiddelde burger niet minder nationalistisch is dan de president, geen evenbeeld creëren van zichzelf. De bevolking zal zelf haar weg moeten vinden, zij het binnen de grenzen van fundamentele mensenrechten.
Helaas ligt de roep om een 'genadeloze oorlog’ en een losgeld op het hoofd van Milosovic nog maar vlak achter ons. De onwrikbare haat heeft hier al flink wortel geschoten. Het is eigenlijk te wrang voor woorden: na het winnen van de slag lijkt het Westen geen meter te zijn opgeschoten in de oorlog tegen de bekrompen nationalistische logica van de Balkan.