De vaagheid van de paarse zekerheid

Melkert in FNV Magazine: ‘Verlaging van de uitkeringen is niet aan de orde.’ Kok voor de NOS-televisie: ‘Een ministelsel komt er niet.’ Van Mierlo voor de Avro-radio: ‘Verlaging van de uitkeringen is niet uitgesloten.’

Het kabinet kent twee visies op en twee ministers van Sociale Zaken. De rode heet Melkert, een sociaal-democraat van de oude stempel. Hij wenst het probleem van de langdurige werkloosheid aan te pakken via de overheid. Deze methode begint bij het klassieke middel van het veertigduizendbanenplan, want wat is een socialistische minister van Sociale Zaken zonder banenplan op zijn naam. Daarmee lost hij het probleem uiteraard niet op. Dus staat hij gemeenten toe een begin te maken met de ‘activering van uitkeringsgelden’. Dat wil zeggen dat uitkeringsgeld wordt omgezet in loonkostensubsidie. Op die manier kunnen er dus naast banenpoolers - die eigenlijk naar de bedenker ervan Buurmeyer-banen zouden moeten heten - en JWG'ers - die ik vanaf heden De Koning-banen zou willen noemen - ook Simons-banen komen (Rotterdam) en Bugter-banen (Deventer). Daarna volgt de laatste stap: langdurig werklozen voor wie geen baan beschikbaar is, mogen met behoud van uitkering 'activiteiten’ verrichten. Gemeenten mogen die 'activiteiten’ zelfs verplicht stellen. Wat hier in feite gebeurt, is de invoering van een selectieve vorm van sociale dienstplicht.
De blauwe minister van Sociale Zaken heet Wijers. Hij wenst het probleem van de langdurige werkloosheid op te lossen via de markt. Zijn voorstel behelst het verschaffen van een basisinkomen aan iedere Nederlander, in combinatie met vergaande deregulering: afschaffing van minimumloon, van vestigingsvoorwaarden voor nieuwe bedrijven, van subsidies enzovoort. In zijn visie gaan gemeenten ook experimenteren. Niet door zelf 'banen’ te maken, maar door regels af te schaffen. Hij pleit voor het instellen van regelvrije zones waar werklozen naar hartelust mogen klussen om hun basisinkomen aan te vullen. Dat bijklussen zullen ze ook wel moeten, want het basisinkomen zal lager zijn dan de huidige uitkeringen.
Beide oplossingen hebben een enorm voordeel en een enorm nadeel. Die van Melkert heeft als voordeel het handhaven van het uitkeringsniveau, maar als nadeel een enorme toename van overheidsinmenging in het dagelijks leven van burgers, met alle controle- en fraudeproblemen van dien. Sociale bescherming slaat om in sociale betutteling.
Bovendien is op geen enkele wijze nog te bepalen welke arbeid nog in een maatschappelijke behoefte voorziet - hoeveel stadswachten heb je eigenlijk nodig? -, hetgeen leidt tot een situatie die sterk aan die van voorheen het reeel bestaande stalinisme doet denken: duw iemand een bezem in de ene en een paar centen in de andere hand en ziedaar: volledige werkgelegenheid is ons deel.
Wijers’ oplossing heeft als voordeel een grote toename van de handelingsvrijheid van burgers, maar als nadeel lagere uitkeringen en een enorme toename van sociale risico’s.
Een nieuwe mix van risico en bescherming is nodig. Het basisinkomen is er een onderdeel van. Maar de condities waaronder het moet worden ingevoerd, moeten veel verder worden uitgewerkt. Wanneer start het debat over paarse sociale zekerheid?