Profiel: Jan Peter Balkende

De vader van Harry Potter

Het CDA-congres, vorige maand te Utrecht: veel, heel veel mensen bijeen om in het Beatrixtheater de wonden te likken van de implosie die de partij eind september onderging. Fractieleider Jaap de Hoop Scheffer werd van zijn troon gestoten, partijvoorzitter Marnix van Rij en de Brabantse gedeputeerde Pieter van Geel hoopten hem te kunnen opvolgen. Maar waar deze twee gewiekste honden vochten om een been, liep de brave Balkenende ermee heen. De ambitie om lijsttrekker te worden heeft hij nooit gehad, zegt hij in de tientallen interviews die hij in korte tijd heeft gegeven. Hij nam slechts zijn verantwoordelijkheid, stelt hij telkens weer in alle bescheidenheid, want: «Deze beweging is mij ontzettend veel waard, de crisis is niet goed, die moet zo snel mogelijk worden beëindigd, de partij moet op orde komen.»

Toegegeven, wie een jaar geleden voorspeld zou hebben dat de onbekende VU-professor bij de verkiezingen van 15 mei 2002 de lijst van het CDA zou aanvoeren, zou gek zijn verklaard. Balkenende is een denker, was het beeld, niet iemand voor de harde politieke werkelijkheid. Balkenende komt maar moeizaam uit zijn woorden en heeft voor een harde verkiezingscampagne een hopeloze uitstraling. Een briljant wetenschapper is hij, niet een politicus.

Toch stond hij er, vorige maand in Utrecht. Met rechte rug van het slagveld teruggekeerd en, niet het minst tot zijn eigen verbazing, voorgedragen als de lijsttrekker die de christen-democraten moet behoeden voor nog meer (electoraal) leed. Zijn vuurdoop voor de eigen achterban had echter niet rampzaliger kunnen verlopen. Terwijl in de bomvolle zaal juist met de programcommissie een tamelijk gecompliceerde discussie over in-vitrofertilisatie plaats had, glipte Balkenendes gewezen voorganger, tegen de afspraken met partijvoorzitter Bert de Vries in, onder een luide en langdurige ovatie de zaal binnen. Hij was daar enkele minuten later getuige van het in Haagse kringen breed uitgemeten en uiterst pijnlijke video-incident. Niet de nieuwe campagnespot van coming man Jan Peter Balkenende werd op een groot scherm aan de ademloze CDA’ers vertoond, maar het spotje waarmee vier jaar geleden Jaap de Hoop Scheffer de boer op ging. «Is dit een grap?» fluisterde een jonge CDA’er achter in de zaal halverwege de minuten durende exercitie. Het was zeker geen grap, maar een vergissing. Boze tongen beweren zelfs dat op het partijbureau in Den Haag moedwillig de verkeerde band naar Utrecht is gestuurd. Gezien eerdere toestanden aan de Dr. A. Kuyperstraat niet eens zo’n heel erg vreemde theorie. Partijmedewerker en schrijver Alexander Zwagerman werd onlangs op staande voet ontslagen toen bleek dat hij in de week waarin de partijcrisis tot een hoogtepunt kwam, een rapportje over het imago van Jaap de Hoop Scheffer had vervalst.

Pas als een frisse De Hoop Scheffer op het enorme scherm bijna het gehele oude partijprogramma uit de doeken heeft gedaan, is er een heldere geest die doorheeft dat er iets behoorlijk mis loopt. Nog net voordat een voice-over de kijker vriendelijk doch dwingend zou overhalen om bij de komende verkiezingen op De Hoop Scheffer te stemmen, wordt de band abrupt stopgezet.

«Dat is nog eens een verwarring», begint Jan Peter Balkenende na de valse start zijn eerste redevoering als kandidaat-lijsttrekker. «Vanmorgen hebben we De Hoop Scheffer bedankt, vanmiddag kwam hij langs en nu hadden we zelfs de spot van Jaap nog!»

Er was meer verwarring. En af en toe leek het of de hoofdpersoon van de dag het erom deed. Jan Peter Balkenende is de voorbije weken geprezen om zijn ongekunsteldheid en zijn niets verhullende optreden. De stroom aan kromme zinnen die de CDA-leider in zijn toespraak begin november voor partijraad en congres wist te reproduceren, was echter wat te veel van het goede. De speech stond niet letterlijk op papier, zoveel was duidelijk. Steeds als Balkenende een punt leek te gaan maken en zijn blik op de zaal richtte, liepen de zinnen hopeloos in de soep. Vragende blikken in de zaal, maar tegelijk een luid applaus omdat Jan Peter Balkenende «zo naturel» is en zich voor zijn moeizame performance niet lijkt te schamen. Hij stelt pregnante problemen in de samenleving aan de orde, maar weet de relevantie van die thema’s weer onderuit te halen door om de andere zin met de ietwat futloze terechtwijzing «En da’s niet goed» te komen. De oneliner waarmee Balkenende de campagne ingaat, lijkt bovendien niet alleen in grammaticaal opzicht maar ook vanuit propagandistisch oogpunt niet de meest soepel lopende tekst. «Fatsoen moet je gewoon doen», herhaalt de CDA-leider sinds het novembercongres spreekbeurt na spreekbeurt.

Omdat de kiezer, leerde Balkenende, «iets meer wil weten van de mens achter de lijsttrekker», vertelde hij een verhaal uit het dagelijks leven in zijn woonplaats Capelle aan den IJssel. Ook de eigenaar van het lokale Italiaanse restaurant waar hij de avond voorafgaand aan het congres gegeten zou hebben, maakte zich ernstige zorgen over het verval van normen en waarden in de Nederlandse samenleving. Het is de laatste jaren steeds erger geworden, wist de man van het restaurant. De pizzabakker constateerde een verslechtering ten opzichte van jaren geleden toen hij met zijn gezin «vanuit Griekenland» naar Nederland was gekomen, aldus een stoïcijnse Balkenende die niet leek te begrijpen waarom een deel van zijn partijgenoten het uitproestte van het lachen.

De misverstanden, de beroerde presentatie en de weinig flitsende uitdossing — het werkt allemaal in zijn voordeel. De zelfspot lijkt te werken en Balkenende is in een mum van tijd een van de populairste lijsttrekkers geworden, meer geliefd dan Melkert en Dijkstal. Hij benut zijn underdogpositie ten volle. «Wie nu nog begint over mijn haar, maakt zichzelf belachelijk», had hij op de dag van de partijraad weliswaar in dagblad Trouw gezegd. Maar in het Utrechtse Beatrixtheater begon hij er zelf over en maakte hij er zijn handelsmerk van. «Ik heb mijn studenten gevraagd: wat is christelijk?» hield hij de samengekomen cda’ers voor. «Toen zeiden ze: uw kapsel en uw bril.» En bij het lanceren van een Rotterdamse normen-en-waardencampagne, drie weken geleden in Hotel New York, meldde hij ten overstaan van een flinke schare opgekomen partijleden, waaronder complete gezinnen met opvallend veel kinderen, dat zijn faam onder invloed van de filmindustrie de laatste weken alleen maar is gegroeid. «Die meneer van het CDA, is dat de vader van Harry Potter?» zou volgens Balkenende een kind in zijn omgeving hebben gezegd.

Maar hij is zichzelf. Dat alleen al is een unicum. Naast de konkelfoezende Melkert en Dijkstal en de draaiende Rosenmöller is Jan Peter Balkenende (45) een verademing, een betrouwbare rots in de branding. Het is alleen de vraag hoe lang hij het volhoudt om zijn slechte eigenschappen ten goede te keren en in eigen voordeel uit te baten. De grollen over kapsel, bril en pak werken nu nog uitstekend, maar hoe lang nog houdt hij zijn, ietwat naïeve, houding staande? Hij is, mede door een positieve pers, zijn eerste twee maanden tamelijk ongeschonden doorgekomen. Maar hoe gaat het straks in de grote lijsttrekkersdebatten waar, hoe betreurenswaardig ook, de poppetjes belangrijker worden dan de inhoud?

De videoband met het juiste campagne spotje is inmiddels boven water. In de zendtijd voor politieke partijen op de publieke omroep is het filmpje de laatste weken regelmatig vertoond. Ook hier wordt enthousiast gebruik gemaakt van de underdogpositie van de nieuwe lijsttrekker. Op straat wordt argeloze voorbijgangers gevraagd wie toch die meneer met dat keurige haar op de foto is. Niemand die het weet. De CDA-reporter gaat het antwoord zoeken op Balkenendes werkkamer aan het Binnenhof. In de bruinbetimmerde kamer in de CDA-vleugel van het kamergebouw klapt de nieuwe lijsttrekker een hippe, felgekleurde laptop open om een presentatie van zijn ideeëngoed te geven. De antwoorden op de vragen zijn razendsnel gemonteerd en komen derhalve uitzonderlijk flitsend over. Wordt er dan toch aan zijn presentatie gewerkt?

Met de inhoud zit het ondertussen wel snor. Jarenlang was Balkenende, naast zijn leerstoel christelijk-sociaal denken, medeverantwoordelijk voor vrijwel iedere publicatie die het wetenschappelijk bureau van de christen-democraten afscheidde. De kennis van het christelijk-sociaal gedachtegoed die Jaap de Hoop Scheffer ontbeerde, is bij Balkenende optimaal aanwezig. In tientallen artikelen, boeken en rapporten gaf hij sinds 1984 vorm aan de in wording zijnde ideologie van de fusiepartij die het CDA is. Daarbij kiest hij over het algemeen meer voor de sociale variant, vaak met de nadruk op de toenemende economisering van het maatschappelijk leven.

Het verkiezingsprogramma Samenleven doe je niet alleen, waarmee Jaap de Hoop Scheffer in 1998 de campagnes inging, lijkt Balkenende op grond van zijn verspreide geschriften op het lijf geschreven: iets minder markt, ruime aandacht voor het middenveld en een licht progressief uitgavenkader. Dit program, waarvan indertijd werd gezegd dat het in het politieke spectrum meer richting PvdA dan richting VVD helde, bleek de wat rechtsere De Hoop Scheffer echter zo vaak voor problemen te stellen dat voor 2002 een wensenlijstje is gemaakt dat qua financiële onderbouwing en met de nadruk op particuliere verantwoordelijkheden weer enigszins in liberale hoek geplaatst zou kunnen worden.

Pech voor Balkenende die het nieuwe op De Hoop Scheffer toegeschreven programma Betrokken samenleving, betrouwbare overheid aan de man zal moeten brengen. Weer lijken programma en lijstaanvoerder niet geheel en al met elkaar te sporen.

Als woordvoerder financiën in de Tweede Kamer vocht hij met minister Zalm menig akkefietje uit. Niet de Zalmnorm was de maat der dingen, maar de Balkenende-norm, waarin meer plaats moest zijn voor extra investeringen in «de kwaliteit van de samenleving». De komende maanden zal hij zich, zo beloofde hij afgelopen week in de CDA-Krant, echter niet nog verder tegen Paars afzetten. Want «het CDA is geen tegenpartij. Ik maak liever duidelijk waar het CDA vóór staat. Dat de samenleving die wij willen realiseren nadrukkelijk een andere is dan die er op dit moment aan het ontstaan is.»

Op 23 februari is de volgende CDA-partijraad. Dan wordt Balkenende ook formeel als lijsttrekker aangewezen en mag hij tot 15 mei zijn verhaal over de «betrokken samenleving» aan de man gaan brengen. Het valt te bezien of zijn professorale voorkomen over vijf maanden nog steeds zo goed in de markt ligt. Met zijn fatsoensréveil heeft hij in elk geval een gevoelige snaar geraakt: vrijwel alle partijen hebben, ieder in hun eigen taal, zich inmiddels beklaagd over het tanende respect voor normen en waarden. Bij geen van de lijsttrekkers past dit thema echter zo geloofwaardig als bij Jan Peter Balkenende. Vorm en inhoud komen, wat dit punt betreft, als vanzelfsprekend samen.