Profiel James Matthew Barrie (1860-1937)

De vader van Peter Pan

In 1886 raast een trein in de donkere nacht door het grillige Schotse en glooiende Engelse landschap naar Londen. Niet alle passagiers slapen. In één van de coupés zit, in een hoekje weggedoken, een ongeveer 26-jarige jongeman. Onbeholpen, een beetje nietszeggend, mager als een lat en nauwelijks één meter zestig lang. Zijn gezicht lijkt uitdrukkingsloos. In werkelijkheid verbergt hij zijn onzekerheid. Hij weet hoe onbetekenend vrouwen hem vinden en ondervindt daarvan stil zielenleed. Deze iele man reist zijn diepste verlangen achterna. Het is de Schotse journalist en columnist James M. Barrie, op weg naar Londen om eindelijk zijn geluk als schrijver te beproeven.

Vijf jaar later schrijft Robert Louis Stevenson aan Henry James: «Haast je een nieuwe roman te schrijven. Momenteel ben ik afhankelijk van slechts twee tijdgenoten. Jij bent de één, Barrie de ander — Oh, en natuurlijk Kipling — jij, Barrie en Kipling zijn mijn huidige drie Muzen. En zoals je weet, wat betreft Kipling heb ik soms mijn bedenkingen… Maar Barrie is een geweldenaar. The Little Minister en The Window in Thrums, eh? Die jonge man heeft talent; maar hij moet dat wel inzien en niet te grappig willen zijn. Hij is geniaal, al is hij ook journalist — enigszins een risico voor een auteur.»

James Matthew Barrie breekt door met Auld Licht Ydills en het vervolg A Window in Thrums, schetsen van het alledaagse leven in zijn Schotse geboortedorp Kirriemuir. Ook The Little Minister uit Stevensons brief speelt zich af in het Schotland van zijn jeugd. Het was een internationaal succes. «A Book of Genius», stond groot op de voorpagina van de National Observer, het blad waarvoor Barrie sinds 1887 zelf ook artikelen schreef en waar hij zich in het illustere gezelschap bevond van Thomas Hardy, Rudyard Kipling, H.G. Wells en W.B. Yeats. In 1896 herschreef Barrie The Little Minister voor het toneel. Vanaf dat moment ontwikkelde hij zich tot één van de meest vooraanstaande toneelschrijvers in Engeland en Amerika, en bouwde een reputatie op die niet meer stuk kon na de voorstelling in 1904 van zijn vier uur durende toneelstuk Peter Pan, het legendarische verhaal over de jongen die niet volwassen wil worden, kan vliegen en in Neverland woont. In Engeland wordt het stuk nog jaarlijks opgevoerd, Walt Disney maakte in 1953 de bekende animatiefilm, Steven Spielberg ontleende zijn film Hook aan het Peter Pan-verhaal en momenteel draait een nieuwe live Peter Pan-film in de bioscoop. Peter Pan is op zijn eeuwfeest in 2004 beroemder dan zijn schepper, die tegenwoordig als auteur wordt ge(dis)kwalificeerd als overdreven sentimenteel en dweepziek.

Rond zijn elfde wist Barrie al zeker dat hij schrijver zou worden. Op een zolderkamertje van een kleine woning in het Schotse Kirriemuir, waar het gezin Barrie woonde en leefde van de bovengemiddelde inkomsten van vader, die handwever was, schreef James Barrie met passie zijn eerste avonturenverhalen. Later vertelde hij dat hij op dat zolderkamertje definitief had besloten geen eentonig, saai beroep uit te oefenen en geen sleurvol bestaan te leiden: «Literature was my game.»

Een ander spel waarmee Barrie zich op jonge leeftijd vermaakte was toneel. James Barrie was zes toen zijn oudere broer David, Margaret Ogilvy’s begaafde «gouden» lievelingszoon, door een ongeluk om het leven kwam. Zijn moeder was ontroostbaar en de jonge James probeerde haar leed te verzachten door letterlijk Davids plaats in te nemen. Hij trok Davids kleren aan, leerde fluiten zoals zijn broer, ging helemaal op in zijn rol en dacht waarlijk zijn broer te vervangen. Maar wat de zesjarige James ook probeerde, David bleef dood en zijn moeder diep bedroefd. De enige troostrijke gedachte die zij koesterde was dat David, door zo jong te sterven, altijd een jongen zou blijven. Die gedachte was de kiem waaruit James Barrie’s «Peter Pan»-thema, de jongen die niet volwassen wil worden, ontsproot. Het werd de leidraad van autobiografisch werk als Sentimental Tommy, The Little White Bird en natuurlijk Peter Pan.

Zijn grote hoofd op zijn korte, tengere lichaam en zijn grauwvale uiterlijk maakten Barrie tot een merkwaardige verschijning en vormden zijn karakter. Door zijn fysiek voelde hij zich uitermate onzeker in (vrouwelijk) gezelschap en gedroeg hij zich schuw. Dat verklaart de volgende aantekeningen uit zijn studietijd: «Mijn grootste angst — dromen dat ik getrouwd ben en gillend wakker worden./ Een afschuwelijke gedachte — Volwassen zijn en niet meer kunnen knikkeren.»

Eeuwige jeugd, daar verlangde James Barrie naar. Een verlangen dat geleidelijk veranderde in een obsessie, die zich uitte in een buitensporige fascinatie voor kinderen. In Peter Pan verwoordt Barrie kernachtig waarom kinderen hem intrigeerden: Ze zijn «blij, onschuldig en harteloos», goddelijk en duivels tegelijkertijd. Onvoorspelbaar, zonder moraal, egocentrisch en wreed, maar ook blijmoedig en vertederend. Uiteindelijk zou Barrie’s obsessie zijn kinderloze huwelijk met de actrice Mary Ansell kapotmaken.

In Kensington Gardens ontmoette Barrie tijdens wandelingen met zijn sint-bernardshond veel kinderen. Hij vertelde ze verhalen en maakte ze aan het lachen door met zijn oren te wiebelen. Eén van deze kinderen was George Llewelyn Davies. Via George drong Barrie het gezin Llewelyn Davies binnen en manoeu vreerde zich in de positie van intieme huisvriend. Na George volgden nog vier zoons: Jack, Peter, Michael en Nico. Ze inspireerden Barrie tot het schrijven van zijn omvangrijke roman voor volwassenen The Little White Bird (1902), een zeer openhartig biografisch relaas over zijn relatie met George. Het verhaal wordt verteld door een gepensioneerde, kinderloze kolonel (Barrie), die David (George), het zoontje van een jong gezin, inpalmt met verhalen over een zekere Peter Pan (Peter verwijst naar Georges babybroertje, Pan naar de Griekse duivelse bosgod), die als baby wegvliegt uit de kinderkamer, terug naar waar hij vandaan kwam: het eiland «van de vogels die later kleine jongens en meisjes zullen worden». Op een dag wil Peter terugkeren naar zijn moeder. Maar het raam dat altijd voor hem open stond, is vergrendeld met tralies. Zijn moeder heeft inmiddels een andere baby. Peter kan niet naar binnen, zal nooit volwassen worden en moet als een vrijbuiter leven in Kensington Gardens.

Dit Peter Pan-verhaal in The Little White Bird ging een eigen leven leiden. Barrie speelde met de kinderen Davies de Peter Pan-avonturen tot in detail na: in Kensington Gardens en tijdens de buitenvakanties met de familie Davies. Geleidelijk groeiden Barrie’s fantasieën uit tot het toneelstuk Peter Pan en de boeken Peter Pan in Kensington Gardens (1906) en Peter and Wendy (1911).

James Barrie dankte het ontstaan van Peter Pan aan de vijf broers: «Ik heb altijd geweten dat Peter is ontstaan door jullie vijven stevig tegen elkaar aan te wrijven, zoals ‹wilden› met twee stokjes een vlam maken. Peter is niet meer dan een vonk die van jullie op mij oversprong.» Een vonk was inderdaad op Barrie overgesprongen. Met name George en Michael hadden dit op hun geweten. Het vuur werd nog verder aangewakkerd toen Barrie, na het overlijden van zowel vader als moeder Llewelyn Davies, voogd en opvoeder van de vijf jongens werd. Dat gaf hem de gelegenheid de intense genegenheid die hij voor de kinderen voelde te tonen, een genegenheid die Peter Davies later omschreef als enigszins vaderlijk, zeer moederlijk, maar vooral als «de genegenheid van een minnaar».

Een onoverkomelijk drama voor Barrie was dat George en Michael jong overleden. George stierf in de Eerste Wereldoorlog, 21 jaar oud. De getalenteerde, aantrekkelijke Michael verdronk op zijn twintigste. Na Michaels dood in 1921 veranderde het leven van James Barrie in een somber, uitzichtloos bestaan. De auteur waar iedereen zo verwachtingsvol en lovend over sprak kort na zijn aankomst in Londen zou hij niet meer zijn en niet meer worden. Lamgeslagen en levensmoe overleed hij in 1937.

De verhouding met de jongens Davies heeft het verloop van James Barrie’s carrière in hoge mate bepaald. Het was een bizarre relatie. Vooral die tussen Barrie en Michael. Volgens één van Michaels studievrienden was het «een ongezonde relatie, niet een homoseksuele, maar geestelijk gezien een ziekelijke. Michael en zijn broers hadden beter in armoede kunnen leven dan met die zwaarmoedige, geniale, kleine zonderling». Nico Llewelyn Davies spreekt zijn broeders vriend echter tegen: «Barrie was de grappigste man die ik ooit kende: goed gezelschap, liefdevol, geenszins geïnteresseerd in seks en onschuldig als een kind; dé reden waarom hij Peter Pan kon schrijven.»

In het najaar komt de film J.M. Barrie’s Neverland uit, over het leven van James Matthew Barrie